Brief van BOEH! aan de Antwerpenaren

Beste stadsgenoten

Recent nam het nieuwe Antwerpse stadsbestuur de beslissing om uiterlijke symbolen van levensbeschouwelijke, religieuze, politieke of andere overtuiging te verbieden voor stadspersoneel dat rechtstreeks klantencontact heeft. In de praktijk heeft dit vooral kwalijke gevolgen voor moslimvrouwen die nu of in de toekomst voor de stad (zullen) werken en een hoofddoek dragen. De stad geeft hiermee een dubbel signaal: enerzijds wil men diversiteit binnen het personeelsbestand stimuleren, anderzijds moet die diversiteit zo weinig mogelijk zichtbaar zijn.

De verhalen van de vrouwen in kwestie hoorde u niet in de media of van politici. Nochtans zijn het deze verhalen die aantonen hoe ingrijpend en discriminerend deze maatregel is: hij heeft het leven van deze vrouwen grondig door elkaar geschud. En waarom?

Omwille van de neutraliteit? Laat ons duidelijk zijn: indien een ambtenaar haar of zijn boekje te buiten gaat op basis van politieke of religieuze overtuiging, moet men dat personeelslid aanspreken op haar of zijn gedrag, niet op het uiterlijk.

Sommigen vrezen dat de hoofddoek zogenaamd onderdrukkend is. Maar net zij die streven naar het opheffen van alle dwang, voeren met dit verbod zelf een dwangmaatregel in. De kern van emancipatie is nochtans het recht op vrije keuze. Dat geldt ook voor de keuze van vrouwen zelf om al dan niet een hoofddoek te dragen.

Wij vrouwen, moslim, andersgelovig of niet gelovig, allochtoon en autochtoon, zijn de hoofddoekendiscussie meer dan beu en vinden dat het tijd is dat er werk wordt gemaakt van de aanpak van de werkelijke problemen in onze steden en gemeenten.

Met die gedachte trokken we in oktober 2006 naar de stembus. We hadden dan ook verwacht dat het nieuw verkozen bestuur – dat er mede is gekomen dankzij de stemmen van de allochtone gemeenschappen – een beleid zou voeren dat àlle Antwerpenaren ten goede komt. In tegendeel wordt er nu een maatregel genomen die ons als burgers verdeelt.

Het platform BOEH! is dan ook teleurgesteld in deze nieuwe politiek, waarmee de stad haar slogan ’t Stad is van iedereen geweld aandoet. Wij roepen het stadsbestuur op om het recht op vrije keuze en het recht op godsdienstvrijheid te respecteren en we vragen dat deze kledingrichtlijn opnieuw opgeheven wordt. BOEH! vindt het een basisvereiste voor een multiculturele stad als Antwerpen om een volwaardig diversiteitsbeleid uit te bouwen. Actief pluralisme moet daarin centraal staan, niet uniformiteit of een enge invulling van neutraliteit.

We hopen dat u, net als de 21 bekende Vlamingen die de voorzijde van onze affiches sieren, onze eisen en bekommernissen deelt. We zouden u willen vragen om deze affiche aan uw raam of op een andere zichtbare plek te hangen. Zo geeft u samen met ons het signaal dat diversiteit in Antwerpen een realiteit is. Want ’t stad is van ons allemaal.

Vriendelijke groeten
Platform BOEH!

7 ARGUMENTEN TEGEN EEN HOOFDDOEKVERBOD

Het Antwerpse stadsbestuur voerde recent een verbod in op het dragen van uiterlijke symbolen van levensbeschouwelijke, religieuze, politieke of andere overtuiging voor stadspersoneel dat rechtstreeks klantencontact heeft. Waarom vindt BOEH! dat een foute beslissing?

  1. De hoofddoek is een praktijk die voortkomt uit een religieuze overtuiging. Moslima’s de vrijheid ontnemen de hoofddoek te dragen, raakt zowel aan het recht op godsdienstvrijheid als aan de zelfbeschikking en emancipatie van vrouwen. Daarom is BOEH! zowel tegen het verbieden als tegen het verplichten van een hoofddoek.
  2. Het verbod zorgt voor een beknotting van het recht op arbeid van moslimvrouwen. Meer en meer bedrijven en scholen nemen dit verbod over. Moslimvrouwen die een hoofddoek dragen kunnen op alsmaar minder werk- en stageplaatsen terecht en worden zo gemakkelijk afhankelijk van het inkomen van een partner, of belanden in laagbetaalde en minderwaardige jobs en opleidingen.
  3. In het bestuursakkoord lezen we dat het stadsbestuur werk wil maken van een divers personeelsbeleid. We lezen ook dat het stadsbestuur drempels wil wegwerken om te garanderen dat diverse groepen kansen krijgen. Via een hoofddoekverbod doet men net het tegenovergestelde.
  4. Het besluit om de hoofddoek te verbieden werd overhaast genomen en zonder de getroffen vrouwen hierin te betrekken. BOEH! vindt dat er nood is aan een sereen maar open debat over hoe neutraliteit van de overheid vorm kan krijgen in de huidige multiculturele maatschappij, zonder uitsluiting van bepaalde groepen.
  5. Wij kiezen voor inclusieve neutraliteit. Dat wil zeggen dat men neutraal moet zijn in de uitvoering van de functie, niet op het vlak van het uiterlijk. Een hoofddoek staat de professionele en correcte dienstverlening door een loketbediende niet in de weg. Integendeel: een werkneemster die zich gewaardeerd voelt op de werkplek, oefent haar job met meer plezier uit.
  6. In de praktijk heeft het verbod kwalijke gevolgen. Vrouwen die al jaren op dezelfde plek en met dezelfde collega’s werkten, werden overgeplaatst. Anderen geven gehoor aan het verbod maar voelen zich onheus behandeld door het stadsbestuur. [Anonieme getuigenissen van enkele werkneemsters van de stad leest u hier]
  7. Het (ongewilde) gevolg van deze maatregel is dat hij burgers leert discrimineren in plaats van samen te leven met andersdenkenden en andersgelovigen. Een dergelijke houding leidt onvermijdelijk tot uitsluiting en intolerantie.

Vandaag is het de hoofddoek, wat is het morgen?

Gespreksavond met Patrick Janssens

Op maandag 4 juni 2007 (om 19u) organiseert BOEH! (Baas over eigen hoofd) een gespreksavond met Patrick Janssens over zijn boek “Het beste moet nog komen …” De locatie is het EHA! Ecohuis Antwerpen, Turnhoutsebaan 139, 2140 Borgerhout. De moderatie wordt gedaan door Marc Laquière (onderwijsdeskundige).

BOEH! vs Dewinter op VTM

Op vraag van VTM ging BOEH! afgelopen zaterdag op de Dageraadplaats te Antwerpen in discussie met Filip Dewinter (Vlaams Belang). Van het ruim anderhalf uur durende ‘gesprek’ werd een montage gemaakt van een kleine 4 minuten, die vanavond te zien zal zijn in het VTM-nieuws (om 19u, om 23u20, herhalingen vanaf 3u). Om 23u20 krijgt u Filip Dewinter er nog een keer live bovenop, voor een korte reactie op de reportage.

BOEH! ging dit debat aan met gemengde gevoelens. Zo twijfelen we aan het nut van discussies met mensen die uitgesproken racistische ideologieën koesteren. Uiteindelijk hapten we toch toe, omdat we er een kans in zagen om de negatieve beeldvorming van tv-kijkend Vlaanderen over moslims en over de hoofddoek te doorbreken. Of we in dat opzet geslaagd zijn, zullen de reacties wellicht uitwijzen. Laat ons gerust weten wat u er van vond. We proberen de reportage morgen online te plaatsen.

Omdat de VTM-reportage wel heel erg kort is, herhalen we graag nog een keer waar we voor staan. BOEH! is het platform van moslim- én niet-moslimvrouwen dat specifiek pleit tegen het hoofddoekverbod van de stad Antwerpen en vóór keuzevrijheid door elke vrouw. Elke vrouw moet zelf kunnen kiezen of ze een hoofddoek draagt of niet. BOEH! vindt neutraliteit van personeel belangrijk, maar pleit voor een inclusieve neutraliteit. Dat wil zeggen dat neutraliteit moet blijken uit de manier waarop iemand haar of zijn functie uitvoert, niet uit hoe zij of hij eruit ziet. Daarnaast pleiten we voor actief pluralisme. Dat vertrekt van de erkenning dat diversiteit realiteit is, maar het gaat verder: het is een energetisch engagement met diversiteit, een actief engagement om elkaar beter te leren kennen, over verschillen heen.

Als je op de hoogte wil blijven van onze activiteiten, raden we je aan om onze Facebook-groep te vervoegen

Over BOEH!

BOEH! (Baas Over Eigen Hoofd) is een actieplatform met leden uit diverse allochtone en autochtone vrouwenorganisaties. BOEH! ontstond in januari 2007 naar aanleiding van de intentie van het nieuwe stadsbestuur in Antwerpen om een hoofddoekverbod in te voeren voor stadspersoneel met publieke functies. BOEH! wil dat vrouwen zelf beslissen wat ze op hun hoofd dragen zonder bemoeienis van de overheid of wie dan ook en komt op voor gelijke rechten voor vrouwen en mannen. De keuze om een hoofddoek te dragen is een mensenrecht, een volwaardige job uitoefenen en een diploma behalen evenzeer. BOEH! kant zich daarom tegen de vrouwonvriendelijke beslissing – opgenomen in het Antwerps bestuursakkoord 2007-2012 – die vrouwen dwingt hun eigenheid te ontkennen in functie van een job bij de stad.

 

BOEH! steunen?

Rek. nr. 979-4295543-97
IBAN: BE54 9794 2955 4397
BIC: ARSPBE22

Statement persconferentie BOEH! van 10 september

Naar aanleiding van de huidige ontwikkelingen in het hoofddoekendebat voelt BOEH! zich genoodzaakt te reageren. BOEH! is een feministisch platform dat gedragen wordt door verschillende organisaties. Wat die organisaties inzake deze kwestie verenigt, is hun gedeelde overtuiging dat vrouwen en meisjes overal en altijd zélf moeten kunnen beslissen of ze wel óf niet een hoofddoek dragen. Een hoofddoekenverbod is volgens BOEH! een beknotting van dat zelfbeschikkingsrecht en brengt in het geval van een verbod op scholen ook de gelijke onderwijskansen van kinderen in het gedrang.

We stellen vast dat de berichtgeving echter al snel escaleerde. Er kwamen nogal wat betrokkenen (of zij nu actie voerden of niet) in een slecht daglicht te staan. Wij vonden het daarom nodig om vandaag het standpunt van BOEH! en de haar ondersteunende organisaties ten aanzien van de laatste ontwikkelingen nog eens mee te geven.

Samira Azabar (Motief vzw): Media in het maatschappelijk debat

Na het hoofddoekenverbod in de twee athenea (KA Antwerpen en Hoboken) riep BOEH! op om op de eerste schooldag een absurd hoofddeksel te dragen, als symbool van de onzinnigheid van het hoofddoekenverbod. Een ludieke actie met een uiterst ernstige boodschap: ALLE jongeren moeten gelijke kansen op onderwijs krijgen.

De  protestacties van de laatste week vertoonden een  ander – meer gespannen – karakter. In de media werden alle actievoerders over dezelfde kam geschoren, vaak werd naar BOEH! verwezen als zijnde de initiatiefnemer van alle protestacties. Een zekere nuancering vanwege de betrokken journalisten zou op zijn plaats geweest zijn: BOEH! is namelijk enkel de initiatiefnemer van de ludieke hoofddekselactie op 1 september. Onze solidariteit gaat wel uit naar verenigingen en individuen die op vreedzame wijze blijven actie voeren voor gelijke kansen in het onderwijs.

BOEH! betreurt het wangedrag van enkele individuen dat onze vreedzame missie in het gedrang brengt. We nemen dan ook uitdrukkelijk afstand van agressieve praktijken zoals intimidatie en vandalisme die het maatschappelijk debat overschaduwen.

Intussen willen we de media en andere betrokkenen waarschuwen voor de sfeer van criminalisering die de berichtgeving de laatste dagen steeds meer bepaalt. Zowel vreedzame actievoerders, ongeruste ouders en leerlingen, als andere betrokkenen (zoals BOEH!) die deze kwestie ter harte nemen en hard werken aan constructieve oplossingen, worden op die manier in een slecht daglicht gesteld. We roepen de media en commentatoren dan ook op om accuraat en genuanceerd te berichten over dit verhaal.

We roepen verder jonge meisjes dringend op om plaats te nemen op de schoolbanken. BOEH! Is ervan overtuigd dat degelijk onderwijs stimulerend en emanciperend werkt. BOEH! gelooft in een actief pluralistisch onderwijsproject. Dergelijk onderwijs helpt jonge moslims een plaats te veroveren als competente actoren in onze Vlaamse samenleving en het stimuleert jongeren tout court om intelligent en constructief met verschil om te gaan.

Nadia Fadil (SAMV): De kwestie van de sociale druk en het dragen van de hoofddoek

Ik kies er bewust voor geen hoofddoek te dragen. En ik heb die vrijheid. Niemand belet mij om te gaan werken of om te gaan studeren. En ik word niet aangekeken op straat omwille van de keuze die ik heb gemaakt.

Maar ik voel dat die vrijheid steeds meer wordt ingeperkt. Dit omdat sinds een jaren een lelijk offensief wordt gevoerd. Een racistisch offensief. En dit in mijn naam en van anderen die, zoals ik, geen hoofddoek wensen te dragen.

Hierdoor word ik buiten mijn wil om in een ogenschijnlijk ‘kamp’ geplaatst – alsof het loutere feit dat ik geen hoofddoek draag zou betekenen dat ik onder druk sta, bevrijd moet worden, en racistische maatregelen die mijn gesluierde zusters moeten ondergaan zou steunen.

1) In het debat rond de hoofddoek, en in de argumenten die worden aangebracht om een verbodsbepaling te legitimeren, werd in de laatste episode die van de ‘sociale druk’ aangehaald.

Steeds meer jonge moslima’s kiezen ervoor vanuit hun religieuze overtuiging een hoofddoek te dragen. Bovendien wordt deze religieuze praktijk des te zichtbaarder door het maatschappelijk debat hierrond. Hierdoor wordt het door vele moslims en niet-moslims als één van de meest essentiele onderdelen van de Islamitische identiteit en praktijk gezien. Deze jongeren zijn kinderen van hun tijd, en reageren op de context die zich aandient. En dat laatste laat een sterke indruk na op vele jongeren en jonge meisjes, of ze nu een hoofddoek wensen te dragen of niet. Jongeren spreken elkaar hierop aan, en stellen elkaar vragen hiernaar.

Dat er sociale druk zou bestaan om de hoofddoek te dragen willen we niet ontkennen. Maar waarover hebben we het dan juist? Is het louter een kwestie van subculturen die bij alle jongeren bestaat, waarbij jongeren elkaar aanspreken en aanporren om zich op een bepaalde wijze te gedragen of kleden, of gaat het om meer? In de media krijgen we individuele verhalen te horen, maar eigenlijk weten we hier niet veel over. Over hoeveel gevallen gaat het? Hoe uit die druk zich? Waarover hebben we het juist?

Bovendien is het niet door de hoofddoek te verbieden dat die sociale druk als bij wonder zal verdwijnen.

Maar door naar sanctionerende maatregelen te grijpen sturen de scholen, en andere maatschappelijke instellingen, een verkeerd signaal.

Deze scholen geven immers één van de meest centrale onderdelen van hun pedagogisch project op: nl. jongeren leren omgaan met de waaier aan levensstijlen, en met de diversiteit rondom hen. Ze falen falikant in wat één van hun belangrijkste opdracht zou moeten zijn: jongeren tot mondige, geëmancipeerde en weerbare burgers vormen in de geglobaliseerde steden, waarin mensen worden geconfronteerd met verschillende talen, culturen en godsdiensten.

Door de hoofddoek te verbieden, en door het debat hierrond, worden jongeren beperkt in hun identitaire en religieuze zoektocht. Hun keuzemogelijkheden wordt op voorhand ingeperkt. Ze krijgen de boodschap mee dat ze niet langer welkom zijn van zodra ze bepaalde levenskeuzes maken.

Dit leidt tot een bijzonder ongezond en gepolariseerd maatschappelijk klimaat, waarbij jongeren langs alle kanten ‘onder druk’ worden gezet om een bepaalde keuze te maken. Ze mogen en kunnen niet langer zoals niet-moslimjongeren, op een vrijblijvende wijze experimenteren, of op autonome wijze hun identiteit vorm geven. Dat laatste zou nét het voorrecht moeten zijn van jong zijn, maar daar kunnen ze niet langer van genieten. Want elke keuze die ze maken wordt ineens zwaar geladen: een keuze voor een hoofddoek betekent uitsluiting, en de keuze om geen hoofddoek te dragen wordt steeds minder bespreekbaar. Dat laatste wordt ineens synoniem voor abdicatie.

2) Wanneer we het tenslotte over sociale druk hebben, vergeten we maar al te vaak die sociale druk die gesluierde vrouwen dagdagelijks ervaren. In dit geval gaat het om een maatschappelijk gestuurde en gesteunde sociale druk, om hun hoofddoek af te zetten. En deze wordt bovendien door allerhande juridische en administratieve maatregelen versterkt.

Vele gesluierde vrouwen geven hieraan toe en zetten hun hoofddoek af – omdat ze geen keuze hebben. En ze moeten leren omgaan met de pijn en vernedering die hiermee gepaard gaat indien ze willen verder studeren, en hun toekomstkansen niet willen vergooien.

Want vergis u niet: er staan nu misschien een aantal meisjes – terecht – te demonstreren voor de schoolpoorten, omdat ze weigeren zonder hun hoofddoek naar school te gaan. Maar voor elk gesluierd meisje dat de camera’s haalt omdat ze haar hoofddoek niet wil afzetten, zijn er tientallen – honderden – meisjes die dit wél doen, die hun hoofddoek wél afzetten. En die keer op keer deze vernedering ondergaan, en zich slepen naar een school waarin ze zich niet erkend noch gewenst voelen.

Deze maatschappelijke en institutionele druk om de hoofddoek af te zetten, en de gevolgen hiervan op de vrouwen die dit doen, haalt echter zelden de pers. Het blijft een onzichtbare pijn.  Een dagelijkse vernedering, die velen in stilte ondergaan.

Dit is de maatschappij die we in naam van onze ‘gekoesterde vrijheden’ aan het vormen zijn. En dit is de boodschap die we telkens opnieuw aan gesluierde vrouwen, maar ook aan jongeren en de rest van onze maatschappij, meegeven: dat er voor vrouwen die de hoofddoek dragen geen plaats is in onze samenleving.

Kitty Roggeman (VOK): Raad van state en het gevolg van beslissingen die genomen worden boven de hoofden van de  betrokkenen

BOEH! steunt de scholiere die een kortgeding heeft aangespannen bij de Raad van State. We wachten nu de beslissing van de Raad van State af en de mogelijke reactie van de Raad van het gemeenschapsonderwijs.

Ondertussen beraden wij ons over verdere acties, afhangend van de aard van de beslissingen door de Raad van State en de raad van het Gemeenschapsonderwijs.

In afwachting willen wij opnieuw onderstrepen hoe belangrijk onderwijs en vrije onderwijskeuze voor ons zijn voor de ontwikkelingskansen en de tewerkstellingskans en van alle jongeren, ook moslimmeisjes met een hoofddoek. Wij willen hier het signaal geven dat het gemeenschapsonderwijs een zware verantwoordelijkheid heeft. Als men zou overgaan tot een veralgemeend verbod in alle scholen van het gemeenschapsonderwijs is dit een kaakslag in het gezicht van al diegenen die het ideaal van de voor iedereen gelijk toegankelijke officiële school altijd verdedigd heeft. Het officieel onderwijs heeft een lange traditie – waar ze hard voor gevochten heeft – van verdraagzaamheid, godsdienstvrijheid en open geest en poneert het pincipe van het actief pluralisme in zijn pedagogisch project. Wij zouden graag zien dat deze principes ook nu daadwerkelijk in de praktijk worden gebracht en wij niet in een situatie terecht komen waarin de openbare school zich minder tolerant opstelt dan het vrije net. Daar is de maatschappij niet mee gediend, daar is de democratie niet mee gediend, en daar is de moslimgemeenschap niet mee gediend. Mocht het zover komen zullen wij ons daar niet zomaar bij neerleggen en gepast reageren.

De BOEH!-lidorganisaties en hun vertegenwoordigers die vandaag het voortouw namen in deze persconferentie:

  • Nadia Fadil spreekt als voorzitster van het Steunpunt Allochtone Meisjes en Vrouwen (SAMV)
  • Kitty Roggeman als lid van het Vrouwen Overleg Komitee (VOK)
  • Samira Azabar als medewerkster van Motief vzw
  • Saida El Fekri vanuit de Federatie Marokkaanse Verenigingen (FMV)
  • Sara S’Jegers namens FC Poppesnor

BOEH! eist intrekking vrouwonvriendelijke dresscode Antwerps stadspersoneel

Het platform BOEH! (Baas over eigen hoofd!) hield op maandag 2 april om 19u00 een persconferentie naar aanleiding van de vrouwonvriendelijke dresscode voor het Antwerps stadspersoneel en de nefaste gevolgen ervan.

Het bestuursakkoord 2007 van de stad Antwerpen verbiedt stadspersoneel, dat rechtstreeks met klanten in contact komt om ‘uiterlijke’ symbolen van levensbeschouwelijke, religieuze, politieke of andere overtuigingen te dragen.In zijn boek, Het beste moet nog komen, dat verscheen voor de gemeenteraadsverkiezingen, laat Patrick Janssens er geen twijfel over dat het verbod ingegeven is door de hoofddoek, al vermeldt hij tussen haakjes dat het ook over andere symbolen gaat: “ (…) ook hier lijkt het me, ondanks mijn begrip, niet gepast om hoofddoeken (of andere religieuze of politieke symbolen) te laten dragen bij de uitoefening van publieke functies, die de neutraliteit van de overheid moeten uitstralen (politie, loketbedienden).

Het platform BOEH! heeft via anonieme getuigenissen kennis genomen van discriminerende en vernederende wanpraktijken bij de stad Antwerpen. Op de persconferentie werden enkele van deze getuigenissen uit de doeken gedaan.

Een van de geviseerde personeelsleden werkt al twintig jaar, met hoofddoek, in een publieksdienst. In 1999 liet het stadsbestuur zelfs expliciet het dragen van een hoofddoek in een publieksfunctie toe. Personeel werd onder die voorwaarden aangeworven, tot heel recent. Waarom betekent de hoofddoek in 2007 plots een inbreuk op de neutraliteit van de overheid? Was de Antwerpse overheid voordien dan niet neutraal, of de Gentse overheidsdiensten? Het antwoord geeft Patrick Janssens in zijn boek. Het heeft veel meer met politiek dan met principes te maken: “()het is zeker waar dat de discussie over de toelaatbaarheid van hoofddoeken voor sommige jonge vrouwen de aantrekkelijkheid van dat hoofddoek heeft verhoogd. Zo zijn de heftigste tegenstanders van de hoofddoek mee verantwoordelijk voor het oprukken ervan in de publieke ruimte. Laat ons ook dit debat dus met een beetje minder fanatisme van beide kanten kruiden.

Die “oprukkende hoofddoeken” zijn momenteel op één hand te tellen. Waarom die onheilspellende superlatief? Sinds 1999, toen de hoofddoek nog onschuldig was, is het post “11 september” tijdperk ingeluid met de criminalisering van de islam, de ‘mislukte integratie’ van de moslims, de ‘botsing der beschavingen’, de groeiende ‘islamofobie’ met als symbolische bekroning van dit alles het ‘hoofddoekendebat’, dat als geen ander thema de gemoederen tilt doen slaan. Dat is de werkelijke achtergrond van het hoofddoekenverbod. Het plotse enthousiasme voor de neutraliteit van de overheid is ‘selectief en exclusief’. Het betreft (islamitische) hoofddoeken, geen (christelijke) kruisbeelden, die nog altijd her en der in publieke gebouwen hangen, laatst nog in de rechtzaal, waar prins Laurent getuigde. Toch is de afwezigheid van levensbeschouwelijke symbolen de vanzelfsprekende maatstaf, terwijl het in feite een ingebeelde maatstaf is, die concreet meet met twee maten en gewichten. Dat de hoofddoek bovendien voor de moslimvrouwen die het dragen geen religieus symbool maar een religieus voorschrift is en dusdanig deel uitmaakt van hun persoonlijke beleving van de islam, blijkt van weinig belang. Dat het hoofddoekenverbod specifiek vrouwen treft, is ook voor velen geen punt, wel het tegendeel, vermits ze in de hoofddoek een instrument van onderdrukking zien. Zo worden vrouwen met een hoofddoek onder het mom van emancipatie in feite gediscrimineerd. Wij vinden dit verwerpelijk en eisen dan ook dat de stad Antwerpen deze vrouwonvriendelijke en discriminerende dresscode intrekt.

Getuigenissen van stadspersoneel

Dat tot slot de stad Antwerpen deze maatregel op een vernederende manier invoerde merken we aan volgende anonieme getuigenissen:

…In november kregen we te horen dat er misschien een nieuwe dienstnota zou doorgestuurd worden die betrekking heeft tot de nieuwe dresscode. In deze dresscode zou een hoofddoekenverbod gelden voor vrouwen die werken aan het loket. We sloegen in paniek en hebben vervolgens een rondvraag gedaan in onze diensten, maar iedereen suste ons met de boodschap dat het er waarschijnlijk niet zou doorkomen. De maanden verstreken en nog steeds kregen we geen duidend antwoord over wat er nu juist gaat gebeuren.

Op 7 maart kregen we de dienstnota in onze mailbox. Iedereen was met verstomming geslagen en we wisten niet hoe we moesten reageren en wat er ons te wachten stond. Niemand heeft ons op voorhand gewaarschuwd of ons er op voorbereid. Het was een schok. We hebben op eigen initiatief een gesprek gevraagd met onze directeur. Wat hij ons vertelde was schokkererend: Ik heb geen plaats om 6 andere mensen een backoffice-functie te geven. We werden met andere woorden voor de keuze geplaatst om ofwel de hoofddoek af te zetten ofwel ontslagen te worden. Dit terwijl men goed genoeg weet dat er alleenstaande moeders bij zijn en vrouwen die net een huis hebben gekocht, en dus erg afhankelijk zijn van hun inkomsten! Dat het Antwerps stadsbestuur ons expliciet beloofd had dat we andere plaatsten zouden krijgen, daar werd geen gehoor aan gegeven. Het was hoofddoek af of ontslag! Na het gesprek met onze directeur hadden we nog een gesprek met onze rechtstreekse hoofd en deze zei hetzelfde. Ze moesten simpelweg doen wat er hen opgedragen werd. En dat gebeurde ook. We moesten vertrekken één voor één. Er werd geen overgangsperiode ingesteld. Van de ene dag op de andere moesten wij vertrekken. Voor ons was het schrijnend, alsook voor onze niet-hoofddoek dragende collega’s. Iedereen was verbaasd en we konden niet goed overweg met onze emoties. Maar ja, wie dacht dat ook wij gevoelens hadden? We werden overgeplaatst naar verschillende locaties. Diegene die in regio A woont, moest in regio B gaan werken, en diegene die in regio B woont, moest in regio A gaan werken. Wat ons deed vermoeden dat ze verwachtten dat we dan zelf zouden opstappen. Onderhandelen om tot een weloverwogen compromis te komen, waar iedereen baat bij heeft was geen optie. We moesten het gewoon aannemen. Wat konden wij op dat moment doen? Het werk weigeren konden we niet want thuis zitten onze kinderen die verwachten dat er brood op tafel komt, en die we het recht op een behoorlijke opvoeding en jeugd niet willen ontnemen. Het was emotioneel een zware klap voor iedereen. Op onze nieuwe werkplaatsen zijn er ook collega’s die het gewoonweg absurd vinden. We krijgen vragen van waarom zit jij hier? En dan moet je vertellen dat je hier zit omdat je een hoofddoek draagt. Iedereen kijkt je op dat moment aan alsof je een ernstige ziekte hebt. Vernederend gewoon. Wij zijn nu uit het zicht verdwenen, maar de kruisjesdragende collega’s, de collega’s met piercings, … die zitten er nog en daar wordt niets aan gedaan. Hoe moeten wij ons dan voelen? Nog meer vernederd! We weten zeker dat dit niet het einde is maar het begin van iets ernstigs, als er nu niets wordt gedaan aan deze discriminatie. Nu is het de hoofddoek maar wat wordt het morgen?? Naam? Huidskleur? Gewicht?

Wat moeten we als moeders aan onze kinderen gaan vertellen, dat als je later groot bent je jezelf niet meer mag zijn? Dat onze maatschappij bepaalt wie je mag zijn, en hoe dat je eruit mag zien. Is dat nu hetgeen dat we willen bereiken in onze maatschappij? Hebben we dan niets geleerd uit onze geschiedenislessen?…

… Op 15 maart kreeg ik een mailtje waar duidelijk in stond dat ik niet meer welkom ben bij de stedelijke jeugddienst als vrijwilliger MET mijn hoofddoek. Dit terwijl de nieuwe dresscode zogezegd enkel van toepassing is op werknemers met een loketfunctie. De praktijk bewijst echter dat het toepassen van deze regel zich niet beperkt tot het loket. De regel wordt ondertussen doorgetrokken naar alle functies, zelfs naar vrijwilligers! Niet alleen is de toepassing discriminerend maar ook de mededeling. Enkel de allochtone, vrouwelijke monitoren hebben een mailtje ontvangen waarin stond dat er vanaf maart een hoofddoekenverbod zou gelden. Aangezien de jeugddienst de ‘autochtone monitoren’ niet op de hoogte brengt, maken zij hier duidelijk een onderscheid en laat men blijken dat het hier enkel en alleen om de hoofddoek te doen is. Nog niet zo lang geleden liep Patrick Janssens vooraan in een betoging met slogans als, “Diversiteit is realiteit”. Ook in de het bestuursakkoord staat dat men streeft naar meer diversiteit op de werkvloer. Iets zegt me dat dit pure propaganda is en dat Patrick Janssens en zijn team helemaal niet voor diversiteit zijn! Ik hoop dat er snel verandering komt, want zo kan het echt niet meer verder. …

…In het begin waren het enkel geruchten en misschien een illusie voor velen, nu zijn het feiten en is dit de harde realiteit.Mijn leven werd even helemaal overhoop gegooid door het zware onrecht dat mezelf en mijn collega’s werd aangedaan. Dit onrecht werd ons aangedaan door een organisatie die dagelijks preekt dat diversiteit en gelijkheid samen moeten gaan. Bij deze vind ik dat de slogans die dagelijks naar ons en ieders hoofd worden geslingerd grondig herbekeken worden. Misschien nu eens door specialisten? Aangezien de uniforme sfeer waar de Stad Antwerpen voor staat nu volledig vertroebeld is en voor mij nu zelfs volledig verdwenen… Want wij werden behandeld alsof we een besmettelijke ziekte hadden. Deze ziekte is “de hoofddoek”,…

In november werd er inderdaad gesproken over het invoeren van een dresscode bij de stad Antwerpen. Iedere normale persoon zou toch eerst alles afwachten, en denken dat er een zekere overgangsperiode zou ingevoerd worden en dat er dan minstens een gesprek zou volgen met de betrokkenen. Maar wij bleven maar wachten, wachten, wachten en wachten…….. en niemand die zich bekommerde om ons. Zo snel mogelijk uit het zicht en het liefst met zo weinig mogelijk lawaai, dat was het vertrek- en uitgangspunt van de politici die hier verantwoordelijk voor zijn. Toen het bestuursakkoord in januari getekend werd, wisten we zeker dat het er ging doorkomen, dus op dat vlak stonden we niet meer voor een verassing. Maar wat ons wel verraste was de manier waarop we werden behandeld. Er zou zeker voor een alternatief gezocht worden voor elk van ons én er werd duidelijk via de media overgemaakt door o.a. de schepenen De Koninck en Van Peel dat er geen ontslagen zouden vallen en dat men zeker rekening ging houden met onze minieme wensen. Maar, toen dit alles begon, stond ieder van ons perplex! Velen van ons durfden niet écht praten of zich te uiten. Maar het gaat hier wel om onze job!!!! Zeker de helft van de vrouwen in kwestie zijn alleenstaande moeders. Men had ons gewoon eens kunnen aanhoren, misschien eens vragen wat het voor elk van ons betekent dat stuk stof op ons hoofd. Maar neen, we werden totaal emotieloos behandeld. Het was te nemen of te laten, of afzetten van de ene op de andere dag of aftrappen, iedereen is toch vervangbaar! OK, zo nuchter en intelligent zijn we ook, maar wat met het menselijke aspect, wat met de zovele jaren dienst en loyaliteit. Ik werk bijna 12 jaar voor de Stad. Maar wat ons nog meer stoorde en wat bij ons allen zoveel vragen deed rijzen, was de sprakeloze Marc Van Peel tijdens het programma “Wakker op zondag” op ATV een aantal weken geleden. Als hij denkt dat de hoofddoek de manier van denken, redeneren of eender wat blokkeert moet hij er zelf eens eentje opzetten, hij zal merken dat hij nog steeds zal kunnen nadenken en nog veel meer! Gerolf Annemans van het Vlaams Belang scandeerde simpelweg op de regionale tv dat hun doel bereikt was nu de hoofddoek weg is. Op dat moment zou je denken dat een professionele man als Marc Van Peel, die altijd zeer spraakzaam is, daar toch op zou reageren en de visie van de stad zou verdedigen. Hij had daar op zijn minst kunnen zeggen dat het niet enkel om de hoofddoek gaat en dat er ook andere zaken zijn die nageleefd moeten worden volgens de nieuwe dresscode. Maar neen, Marc Van Peel lachte er eens om. Hij, DE personeelstopman van de stad Antwerpen, die door de federale overheid een bepaald aantal percentage allochtone potentiële werknemers zou moeten binnenhalen, zegt daar gewoonweg niets op… Hij antwoordde wel op een vraag gesteld door de presentator Karl Apers, namelijk wat met de tongpiercings? “wel……….”, zei hij, “zolang de collega’s met piercings hun tong maar niet uitsteken is het goed”. Alles tezamen werden we beschouwd als een bagatelle, dankzij Marc Van Peel, en dit voor heel Antwerpen!

Ik heb uiteindelijk mijn hoofddoek afgezet maar ik zal er nu alles aan doen opdat ook al de andere regels worden nageleefd door iedereen en over het gehele personeelsbestand van de stad Antwerpen worden doorgevoerd. Als men niet achter mij staat dan is het duidelijk dat dit enkel om de hoofddoek draait! Is het dan gewoon pure discriminatie of niet? Dit kan ik niet laten gebeuren.

Ik weet al van ongeveer november dat de dienstnota er misschien wel zal doorkomen, net zoals de meeste personen bij de stad Antwerpen( werknemers, directie,…). Maar desondanks werd mij door verschillende personen aangegeven dat er toch nog hoop is. Voor dat ik mijn contract tekende heb ik expliciet kenbaar gemaakt dat ik een hoofddoek draag en dat dit een deel van mijn persoonlijkheid is en mijn hoofddoek afzetten voor mij geen enkele optie was en is. Men heeft mij toen gezegd dat dit geen enkel probleem was en dat ik gewoon aan het werk kon, want in de politiek was er nog steeds niets concreets beslist.Op dat moment heb ik een afwachtende houding aangenomen en gedacht dat als het zover zou zijn er wel een oplossing uit de bus zou komen. Begin maart werd de dienstnota doorgestuurd en her en der deden er al wat speculaties de ronde. Voor mij was de keuze al lang gemaakt. Ik zou hem niet afzetten, maar zou wel instemmen met eventueel het alternatief tot een overplaatsing.Volgend op de nota werd er een afspraak gemaakt met de bedrijfsdirecteur van de dienst.Op deze vergadering werd alle hoop dat er alternatieven waren weggenomen. We zouden met teveel zijn. De bevestiging die ik kreeg was dat als ik mijn hoofddoek nog steeds weigerde af te zetten ik geen werkzekerheid meer zou hebben. Ik ben vervolgens naar mijn vakbond gestapt. Die hebben er voor gezorgd dat ik nog steeds werk heb. Er werden ons ook bespottelijke voorstellen gedaan. Bijvoorbeeld het deeltijds afzetten van hoofddoek als je in contact kwam met klanten.Uiteindelijk zijn ze toch overgegaan tot het zoeken van oplossingen, maar we zouden niet veel keuze krijgen. Want er zijn een aantal coördinatoren binnen de stad die neutraliteit willen binnen het gehele bedrijf en dus ook geen hoofddoek in backoffice tolereren. Dit is natuurlijk tegenstrijdig met de dienstnota, maar wat kan je er aan doen. Dit gaf als resultaat dat ik van de ene dag op de andere naar een andere dienst moest vertrekken. Van het ene uiterste in Antwerpen naar het andere. Je zou toch denken dat als ze zoiets als een dienstnota voorbereiden, ze toch wel zouden zorgen voor de instelling van een overgangsperiode.

Voorstelling platform BOEH!

Op 8 maart 2007, de Internationale Vrouwendag, stelt het platform BOEH! (Baas over eigen hoofd) zich officieel voor aan het publiek via onderstaande tekst.

Wie zijn we?

BOEH! is een actieplatform van diverse allochtone en autochtone vrouwenorganisaties, ontstaan in januari 2007 naar aanleiding van de intentie van het nieuwe stadsbestuur in Antwerpen om een hoofddoekverbod in te voeren voor stadspersoneel met publieke functies.

BOEH! wil dat vrouwen zelf beslissen wat ze op hun hoofd dragen zonder bemoeienis van de overheid of wie dan ook en komt op voor gelijke rechten voor vrouwen en mannen. De keuze om een hoofddoek te dragen is een mensenrecht, een volwaardige job uitoefenen en een diploma behalen evenzeer.

BOEH! kant zich daarom tegen de vrouwonvriendelijke beslissing – opgenomen in het Antwerps bestuursakkoord 2007-2012 – die vrouwen dwingt hun eigenheid te ontkennen in functie van een job bij de stad. Dergelijke uitsluitingsmaatregelen druisen in tegen het voorgehouden diversiteits- en emancipatiebeleid van de stad Antwerpen.

Waarover gaat het?

De gemeenteraadsverkiezingen van 8 oktober 2006 gaven het stedelijk en gemeentelijk beleid een nieuwe impuls om in Antwerpen te werken aan gelijkwaardig lokaal burgerschap en een gelijke kansenbeleid. Op het gebied van racisme en discriminatiebestrijding en inzake een lokaal integratie- en emancipatiebeleid is er echter meer dan ooit werk aan de winkel. De werkloosheidscijfers en onderwijsachterstelling van de allochtone gemeenschappen in onze Vlaamse steden en gemeenten liegen er niet om. De voorbije jaren stelden we meermaals vast dat moslimvrouwen en meisjes worden uitgesloten van werk en onderwijs vanwege het dragen van de hoofddoek.

Wij vrouwen, moslim, andersgelovig of niet gelovig, allochtoon en autochtoon, zijn de hoofddoekendiscussie meer dan beu en vinden dat het tijd is dat er werk wordt gemaakt van de aanpak van de werkelijke problemen in onze steden en gemeenten. Met die gedachte trokken we allen naar de stembus. We hadden dan ook verwacht dat het nieuw verkozen bestuur – dat er mede is gekomen dankzij de stemmen van de allochtone gemeenschappen – een beleid zou voeren dat àlle burgers van de stad Antwerpen ten goede komt. Een bestuur dat zijn verantwoordelijkheden in onze multiculturele maatschappij durft op te nemen, zonder burgers uit te sluiten.

In het kader van het nieuwe bestuursakkoord van de stad Antwerpen wordt thans overwogen “uiterlijke symbolen van levensbeschouwelijke, religieuze, politieke of andere overtuiging” te verbieden voor stadspersoneel dat “rechtstreeks klantencontact” heeft. In de praktijk heeft dit kwalijke gevolgen voor moslimvrouwen die voor de stad werken en een hoofddoek dragen. We zijn teleurgesteld, maar vooral diep verontwaardigd over deze nieuwe politiek van onze stad. Met deze beslissing doet de stad haar slogan ’t Stad is van iedereen geweld aan. Wij roepen het stadsbestuur op deze plannen op te bergen en conform het non-discriminatiebeginsel iedere burger, ongeacht haar of zijn afkomst, geloof of overtuiging als gelijke te behandelen.

Waarvoor staan we?

We komen op voor een actief pluralisme en inclusieve neutraliteit waarin er ruimte is voor mensen van alle religies en levensbeschouwingen op voet van gelijkheid. Neutraliteit moet gewaarborgd zijn op het niveau van de functie-uitvoering, niet op het niveau van uiterlijke kenmerken. De kern van emancipatie is immers het recht op vrije keuze. Wij willen dat dit ook geldt voor de keuze van vrouwen om een hoofddoek te dragen. Wij zijn van mening dat een verbod op het dragen van een hoofddoek in een openbare functie het recht op arbeid van moslimvrouwen ernstig beknot. Dit is niet emancipatiebevorderend en is in strijd met de rechten van de mens.

NEEN AAN EEN HOOFDDOEKVERBOD. SOLIDARITEITSKETTING ROND DE GROENPLAATS

Op 15 januari 2007 kwam het nieuwe stadsbestuur voor het eerst bij elkaar om het bestuursakkoord te bespreken. In dat akkoord stelt men “uiterlijke symbolen van levensbeschouwelijke, religieuze, politieke of andere overtuiging” te willen verbieden voor stadspersoneel dat “rechtstreeks klantencontact” heeft.