BOEH! reageert in Terzake op hoofddoekverbod Athenea

Wie benieuwd is naar de reactie van leerlingen van het Koninklijk Atheneum van Antwerpen, kan hier de speech zien die twee leerlingen hielden op 24 juni op de speelplaats van het Atheneum:

De uitzending kan hier herbekeken worden:

http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/mediatheek/programmas/terzake/2.6019/2.6020/1.552022

Stad Antwerpen overtreedt eigen dresscode. BOEH! reageert

Het Antwerps stadsbestuur geeft al zijn personeelsleden, ook diegenen die aan het loket zitten, de “toelating” om op 1 december, Wereldaidsdag, “een HIV-lintje te dragen om hun solidariteit te betuigen met personen met HIV of AIDS”. Dit staat in het collegebesluit 12312 van vrijdag 3 oktober 2008, dat ook expliciet vermeldt dat hiermee een “uitzondering op dienstnota D2007046” gemaakt wordt. Dienstnota D2007046 is de fameuze dresscode, die het dragen van religieuze kentekens, symbolen van sportclubs, vakbonden, politieke partijen enz én het HIV-lintje verbiedt voor personeelsleden in loketfuncties. De actiegroep BOEH! (Baas Over Eigen Hoofd) is boos over het collegebesluit.

 

Maryam H’madoun en Karl Apers tijdens Wakker op Zondag

BOEH! heeft er op zich geen probleem mee dat het stadsbestuur zijn personeel aanmoedigt om op 1december een HIV-speldje te dragen en zo bijdraagt tot een sensibilisering rond maatschappelijk relevante thema’s. Vandaag is dat HIV, morgen is dat borstkanker of armoede en voor BOEH! kan en mag dat allemaal. BOEH! klaagt wel de inconsequentie van het stadsbestuur aan, dat zijn dresscode, ingevoerd omwille van het neutraliteitsprincipe, een jaar later al overtreedt. In feite vraagt het stadsbestuur nu aan zijn personeel om op 1 december even niet neutraal (volgens de in de dresscode vooropgestelde visie) te zijn! Daar storen de BOEH!-vrouwen zich behoorlijk aan, niet alleen als BOEH-leden maar ook als Antwerpse burgers. Een stad die haar eigen neutraliteitsregels overtreedt, overtreedt ook het beginsel van gelijke behandeling van haar burgers.

Wat wordt de volgende uitzondering op de dresscode vragen de vrouwen van BOEH! zich. Bijvoorbeeld de hoofddoek toelaten op 8 maart, Internationale Vrouwendag! Deze dag draait om gelijke rechten, om vrijheid van keuze en emancipatie van vrouwen. Veel moslimvrouwen die bij de stad werken zouden heel graag op die dag hun hoofddoek willen dragen, omdat het voor hen net daar om gaat: keuzevrijheid. Het is een aanlokkelijk actievoorstel en BOEH! staat er achter, maar tegelijkertijd moet duidelijk zijn dat BOEH! niet meteen zit te wachten op nog eens een uitzondering. Als men regels opstelt, moet men er zich aan houden zonder uitzonderingen.

Vlnr: Hakima El Meziane, Rajae Bouzegta, Ida Dequeecker, Maryam H’madoun, Yasmina Akhandaf en Sara S’Jegers van BOEH! in de ATV-studio

 

Monica De Coninck, voorzitter van het OCMW en schepen van sociale zaken praat de overtreding van de dresscode goed. Volgens haar zijn het HIV-lintje en de hoofddoek niet te vergelijken. Het lintje wordt immers maar voor één dag gedragen, is haar argument, de hoofddoek altijd. Volgens BOEH! houdt dit geen steek. Ten eerste werden zowel het HIV-lintje als religieuze kentekens verboden om de neutraliteit van de dienstverlening te vrijwaren, en om geen enkele andere reden. Eens je bepaald hebt hoe je het neutraliteitsprincipe vorm geeft, maak je er geen uitzondering op, niet voor één dag en zelfs niet voor een halve dag. Ten tweede weet iedereen dat een HIV-lintje vooral gedragen wordt op Wereldaidsdag en dat het precies dan vooral een duidelijke betekenis heeft, zoals het stadsbestuur overigens zelf aangeeft (solidariteit met personen met HIV of AIDS). Waarom heeft men daar geen rekening mee gehouden bij de opstelling van de dresscode? Omdat de logica op dat moment ver zoek was en men zonder nadenken allerlei onzinnige verboden heeft verzonnen om dat waar het echt om te doen was – een hoofddoekenverbod – in te pakken. Men heeft zich wel wettelijk ingedekt maar ook de vrijheid zodanig ingeperkt dat men er zich niet kan aan houden.

Voor BOEH! is de conclusie duidelijk: de dresscode moet ingetrokken worden. Niet dat BOEH! daarmee wil zeggen dat de neutraliteit van de overheid niet belangrijk is. Alleen vindt BOEH! dat neutraliteit moet betekenen dat personeelsleden van de stad zich respectvol en professioneel gedragen ten opzichte van hun klanten, en dat ze niemand discrimineren ook al lijkt die op het eerste zicht een beetje anders. Zolang iemand er verzorgd en professioneel uitziet, zouden er verder geen eisen mogen worden gesteld aan iemands kleding. We leven in een democratie. Mensen moeten vrij zijn om net dat ietsje van zichzelf te uiten in hun kleding zonder dat zij daarvoor gestraft worden.

BOEH! blijft intussen ook de dooddoeners, die dienen om de hoofddoek te verbieden, ontkrachten. Klassieke dooddoeners zijn dat de hoofddoek ofwel een symbool van onderdrukking is ofwel een teken van rebellie. BOEH! wil duidelijk maken dat vrouwen een hoofddoek dragen om verschillende redenen, die vaak heel persoonlijk zijn. Voor bijna elke vrouw die er een draagt krijgt de hoofddoek een andere betekenis.

Het belangrijkste is dat de vrouwen die bij de stad werken en die getroffen worden door de dresscode absoluut geen onderdrukte vrouwen zijn. De journalisten en stadsbestuurders die hen leerden kennen, hebben snel ervaren dat het ongelooflijk mondige en sterke vrouwen zijn, die actief participeren in de samenleving en die steeds proberen een positieve bijdrage te leveren, zoals bijvoorbeeld een neutrale dienstverlening aan de burgers. Al die jaren voor de invoering van de dresscode hebben ze hun werk prima gedaan, met hoofddoek! Inmiddels ontkent BOEH! niet dat er geen vrouwen zijn aan wie de hoofddoek wordt opgelegd. BOEH! en enkele andere verenigingen zijn overigens zeer actief bezig om een aantal zaken binnen de moslimgemeenschap te veranderen. BOEH! is echt bezig met een strijd voor keuzevrijheid voor zowel meisjes als jongens. Zo wordt er sinds enkele jaren een hele emancipatiebeweging in gang gezet, waarop moslimvrouwen zeer positief reageren. Dat alles gebeurt zonder enige financiële steun van de stad en uitsluitend op vrijwillige basis. Dát op zich maakt het werk al ontzettend moeilijk. Dat de stad die werking nu ook nog eens met een hoofddoekenverbod komt belemmeren, is voor BOEH! een brug te ver. Wat zin heeft het keuzevrijheid te prediken als deze op de arbeidsmarkt weer wordt afgenomen, alsof het doodnormaal is.

Tenslotte zal BOEH! niet rusten voor de dresscode ingetrokken is. De eerstvolgende “actie” is de organisatie van een debattenreeks, die in februari van start gaat. De idee is diepgaande, constructief en genuanceerd te discussiëren over neutraliteit en het hoofddoekenverbod in verschillende domeinen. BOEH! heeft ook nog een aantal andere acties in petto voor het stadsbestuur maar houdt die als verrassing.

BOEH! is opgericht door vrouwen van diverse afkomst (allochtone en autochtone, maar BOEH! houdt niet van die verwerpelijke etiketten), met en zonder hoofddoek, uit protest tegen de invoering van de dresscode in 2007, met het argument dat die in wezen de islamitische hoofddoek viseert.

HIV-speldje aan het loket: Antwerps stadsbestuur meet met twee maten en twee gewichten

Het Antwerpse stadsbestuur vraagt het personeel om naar aanleiding van Wereldaidsdag het rode hiv-speldje te dragen, ook zij die aan het loket werken. BOEH! reageerde hier vandaag op in de Gazet van Antwerpen [zie onder] en op ATV en zal haar standpunt ook toelichten tijdens de eerstkomende Wakker op zondag (op 23 november).

Hoofddoek niet, hiv-speldje weer even wel

Het Antwerpse stadsbestuur vraagt het personeel om naar aanleiding van Wereldaidsdag het rode hiv-speldje te dragen, ook zij die aan het loket werken. De organisatie BOEH! (Baas over eigen hoofd!) begrijpt dit niet. “De stad bewijst nu dat de kledingvoorschriften alleen gelden voor personeel met een hoofddoek”, zegt Saïda El Fekri van BOEH!

Antwerpen

Op 1 december is het Wereldaidsdag. De personeelsleden krijgen van het stadsbestuur de vraag om het rode hiv-lintje te dragen en zo hun solidariteit te tonen met mensen met hiv en aids. Daarbij ontvangen ze zo’n speldje. Op sommige plekken wordt het symbool al gedragen, ook aan de loketten.

BOEH! vindt dit onbegrijpelijk. In maart 2007 vaardigde het stadsbestuur de dienstnota uit over de kledingvoorschriften. Daarin staat dat personeelsleden met een publieke functie geen tekenen van persoonlijke overtuiging mogen dragen. De dienstnota heeft het naast de hoofddoek ook over het hiv-speldje.

Acties

“Wij hebben op zich geen probleem met de campagne rond aids, maar het stadsbestuur overtreedt wel de eigen kledingvoorschriften”, zegt El Fekri. “Dit bevestigt onze overtuiging dat de kledingvoorschriften alleen in het leven zijn geroepen om personeelsleden met een hoofddoek te weren uit loketfuncties. We gaan ons vrijdag beraden over mogelijke acties. Als het stadsbestuur voorschriften oplegt, dan moeten ze voor iedereen gelijk zijn.” Schepen van Loketwerking Monica De Coninck (sp.a) ontkent de aantijgingen van BOEH! “Dit is een eenmalige afwijking op de kledingvoorschriften”, zegt kabinetsmedewerker Johan Renard. “De actie past binnen een grootschalige gezondheidscampagne rond aids. Vorig jaar was ons aandeel beperkt tot het aanbieden van speldjes in een mandje aan de loketten van onze diensten. Uit een evaluatie bleek dat de impact beperkt was. Daarom dat we dit jaar het personeel vragen om het rode lintje te dragen, ook aan het loket. Dat verhoogt de zichtbaarheid. Het klopt niet dat we de kledingvoorschriften hebben opgesteld om personeelsleden met een hoofddoek te weren aan het loket. We bouwen de kledingvoorschriften ook niet af.”

[Sacha Van Wiele, Gazet van Antwerpen, 21 november 2008]

BOEH! antwoordt op Baharak Bashar: Waarom de hoofddoek een pietluttigheid lijkt maar het niet is

Baharak Bashar ondertekent “Het platform hoofddoek of niet – de vrouw beslist” niet (“Pietluttigheid genaamd hoofddoek”, De Standaard van 23/11/07). Prima. Geen probleem. Maar als feministen vielen wij wel even achterover van haar argumenten. Ze gaat uit van een hiërarchie in onderdrukking en discriminatie: de pietluttige hoofddoek van enkele vrouwen versus discriminatie van alle mensen in België met ‘buitenlandse roots’. Aansluitend is ze tegen ‘uitzonderingsmaatregelen’ en voor structurele maatregelen, vooral werk. Ze pleit voor een compromishouding, want het dragen van een hoofddoek zal de xenofobie in België alleen maar aanwakkeren. Overigens ziet ze achter de hoofddoek enkel fanatisme en een ideologie die niet strookt met die van het feminisme. Ze is wel voor zelfbeschikkingsrecht van vrouwen, maar aangepast aan de sociale context.

De parallel tussen ‘Baas over eigen Buik’ en ‘Baas over eigen Hoofd’ is bewust gekozen. Dat heeft Baharak goed gezien. Bij de eerste slogan kan ze zich aansluiten bij de tweede niet. Beide gaan nochtans over het recht op zelfbeschikking van vrouwen, over het recht om zelf te beslissen in het ene geval over hun lichaam, in het andere over hun godsdienstbeleving. De eis van ‘Baas over eigen hoofd’ gaat volgens Barak voorbij aan een ‘fundamentelere maatschappelijke discriminatie die alle “allochtonen” treft’, namelijk de discriminatie op de arbeidsmarkt. “Baas over eigen hoofd” verengt een probleem van ‘allen’ tot een probleem van een specifieke groep. Met andere woorden het is een particularistische eis, die tot een eis om “uitzonderingsmaatregelen” leidt. Nu is ons inziens precies een van de kenmerken van (racistische) discriminatie dat het zich NIET beperkt tot één terrein. (Racistische) discriminatie op de arbeidsmarkt is een van de uitingen – een heel erge – van discriminatie op alle terreinen van het maatschappelijk leven, het sociale, het culturele, het politieke enzovoort. Een tweede kenmerk van (racistische) discriminatie is dat het verschillende groepen – vrouwen, mannen, laaggeschoolden, “allochtonen”, gelovigen, enzovoort – op verschillende manieren treft. Een derde kenmerk van (racistische) discriminatie is dat de verschillende vormen en niveaus ervan niet in aparte schuifjes zitten. De discriminatie die “allochtone”vrouwen en vervolgens vrouwen die een hoofddoek dragen treft is tegelijk algemeen en specifiek. De strijd tegen specifieke discriminatie (bv. het verbod op het dragen van een hoofddoek) kadert zowel in de algemene strijd tegen discriminatie als in die voor zelfbeschikking van vrouwen. In die zin is het hoofddoekendebat zeer relevant in het kader van een bredere maatschappelijke discriminatie en ongelijkheid. Vergeet daarbij niet dat het geenszins gaat om de “introductie van de hoofddoek” zoals Baharak Bashar stelt. In Antwerpen werken er al jaren vrouwen met een hoofddoek in publieksfuncties, één zelfs al 20 jaar. Misschien is de ene een “fanatieke gelovige” en de andere niet, maar dat gaat niemand aan. Wat telt is dat ze allemaal hun werk deden met alle respect voor de neutraliteit van de ambtenaar. Plots in 2007 kan dat niet meer. Komt de neutraliteit ineens in het gedrang? Dat gelooft toch niemand. Trouwens Baharak Bashar zelf heeft goed begrepen dat de verrechtsing, het Vlaams Belang en de groeiende intolerantie er voor veel tussen zitten. Maar ze ziet maar één uitweg: toegeven, zoals in Antwerpen. Gelukkig zijn er in Gent toch nog politieke krachten, die wel weerwerk willen bieden, hopelijk met succes….

Wat voor ons vast hangt aan het “pietluttige” hoofddoekendebat, dat wij overigens niet gestart hebben maar wel diegenen die hoofddoeken willen verbieden, is een visie op democratie in een samenleving, die multicultureler en multireligieuzer is dan ooit en die zo zal blijven. Hoe gaan wij – burgers van vele culturen en godsdiensten – om met dat nieuwe gegeven. Baharak Bashar kent maar een refrein: compromissen sluiten en keuzes maken in één richting, namelijk aanpassen.Waarom willen “geëmancipeerde” moslima’s zich ‘markeren’, vraagt ze zich af, waarbij ze een zeer ongelukkige parallel met de jodenster in de tweede wereldoorlog maakt. Alsof er geen verschil is tussen zelf kiezen voor religieuze kentekens en racistische kentekens opgelegd krijgen! Maar er is misschien wel een heel andere parallel die haar ontgaat: of je nu een hoofddoek draagt of niet, donker haar en een donkere teint volstaan als markeringen om gediscrimineerd te worden. Wie zit er aan de kassa in grootwarenhuizen en wie staat in het magazijn? Juist, we moeten er geen tekening bij maken. Sluit dan al je compromis om je hoofddoek af te doen, niets garandeert dat je verder komt dan het magazijn, als je al werk vindt. Karikaturaal gesteld. Ja, maar wel symbolisch voor hoe het vandaag werkt. Het recht opeisen om een hoofddoek te dragen vindt Baharak Bashar om uitzonderingsmaatregelen vragen. Uitzondering op wat? Op het recht van de sterkste? Sinds wanneer zijn rechten van een minderheid een uitzonderingsmaatregel? Over rechten van minderheden, daarover willen wij een ernstig debat in ons democratisch bestel, dat zich toch beroept op fundamentele waarden als vrijheid en gelijkheid. Een beetje verontrustend vinden wij de vraag van Baharak Bashar, hoeveel “nieuwe Belgen” moslim zijn en hoeveel voorstander van de hoofddoek. In een democratie is godsdienstvrijheid, zoals gezegd, toch geen kwestie van meerderheid/minderheid, maar een van rechten, die dezelfde vrijheid voor iedereen moet garanderen!? En de vraag of feministen die moslima’s met hoofddoek steunen, zich scharen achter de “ideologie achter de hoofddoek” vinden we zo mogelijk nog verontrustender. “Baas over eigen hoofd” verdedigt het recht van moslima’s om een hoofddoek te dragen of hem niet te dragen, in beide gevallen ZONDER dwang. Niet meer of niet minder. Het is geen uitspraak voor of tegen de hoofddoek, het is geen uitspraak over “de ideologie achter de hoofddoek”. Volgens Baharak Bashar hebben hoofddoeken en naakte vrouwenlichamen, die als verkoopmiddel worden ingezet, zonder meer dezelfde betekenis. Maar naakte of bedekte vrouwenlichamen op zich zeggen niets over onderdrukking of zelfbeschikking. Beide kunnen uitdrukking zijn van onderdrukking of van een strijd om zelfbeschikking. Dat “maatschappelijke sturing” daarin altijd meespeelt is een open deur intrappen. Vrouwen, die opkomen voor het recht om zich te kleden zoals ze willen, zonder dat dit nare maatschappelijke gevolgen heeft (in je borsten geknepen worden, als losbandige uitlokster van mannen bekeken worden, of als preutse kwezel gepest worden, het maakt niet uit), die vrouwen zijn feministen. En als feministen vinden “westerse” feministen en “moslim” feministen elkaar. Ze zijn het misschien niet altijd eens met elkaar – God beware ons – maar ze zijn wel zusters in hun strijd voor zelfbeschikking en voor de opbouw van een leefbare samenleving.

Baharak Bashar vindt dat we ons niet mogen laten afleiden door “een pietluttigheid” als de hoofddoek. Maar als die hoofddoek zo pietluttig is, waarom wil men hem dan verbieden in de eerste plaats? Hoe men het keert of draait, bij het debat rond de hoofddoek komen heel wat fundamentele democratische kwesties kijken. Daarom willen wij het er nu precies niet bij laten.

BOEH! antwoordt Tessa Vermeiren

Onder de titel “BOEH!-vrouwen, maak eens BOEL!” riep Tessa Vermeiren ons via haar blog op te reageren op de moord op Sadia Sheikh. Hieronder leest u ons antwoord. 

Liefste Tessa,

Met gemengde gevoelens hebben wij uw oproep naar een reactie van BOEH! gelezen. Het verbaast ons ten zeerste dat onze organisatie  – die zowel uit moslim- als niet-moslimvrouwen bestaat – de eerste was aan wie u dacht toen u het vreselijke bericht hoorde van de moord op Sadia Sheikh. Wij zijn inderdaad een actieplatform dat zich actief inzet voor de vrijheid van de vrouw om zelf te beslissen hoe ze zich kleedt, maar ook om zelf te beslissen welke weg ze inslaat met haar leven! Wij doen dit echter als vrouwen, niet als aanhangers van een bepaalde ideologie of cultuur.

Wat BOEH! voornamelijk doet is actie ondernemen als zogenaamd democratische instellingen en individuen op een of andere manier deze vrijheid van de vrouw proberen te belemmeren. Hoewel wij het nieuws van de “eremoord” in Charlerloi afgrijselijk vonden, vinden wij het vreemd dat men van ons een officiële veroordeling verwacht. Natuurlijk dat wij deze daad veroordelen, wij worden kotsmisselijk als we horen dat een man vindt dat hij het recht heeft om een vrouw te doden omdat zij zich niet wil schikken naar zijn wensen! U kent ons intussen toch goed genoeg om dit te veronderstellen. U roept het VOK ook niet telkens weer op het matje wanneer een Vlaamse man zijn vriendin doodt omdat hij het niet kon verkroppen dat zij hem verlaten heeft. Integendeel, u gaat er simpelweg vanuit dat zij dit veroordelen omdat zij er net alles aan doen om dergelijke wanpraktijken de wereld uit te helpen.

Het is ziekelijk dat zoiets onmenselijks in ons midden gebeurt, maar deze daad heeft te maken met de drang van sommige mannen om de vrouw te overheersen en niet met de islam. Het feit dat de doorsnee Vlaming ervan overtuigd is dat de islam ongelijkheid van man en vrouw voorstaat en daarom zulke gruweldaden promoot is niet enkel een uiting van cultureel racisme maar is net de reden waarom deze “eremoorden” een stille dood sterven. Het land zou in rep en roer moeten staan wanneer iets dergelijks gebeurt, omdat hier de universele rechten van de mens worden geschonden. En dit gaat iedereen aan!!

Met vriendelijke groeten,
Het BOEH!-actieplatform

PS: Als u desondanks toch nog een geschreven reactie wil van moslimvrouwen dan verwijzen wij naar de reactie van ‘Femmes Musulmanes de Belgique’ die u hieronder kan lezen. Het BOEH!-platform onderschrijft deze reactie.

Communiqué de presse: Violentées et tuées au nom de “l’honneur”, stop à l’horreur … Et aux amalgames!

C’est une nouvelle affaire de « crime d’honneur » qui a secoué la Belgique le lundi 22 octobre 2007 . Sadia Sheikh, 20 ans, belge d’origine pakistanaise est lâchement assassinée en pleine rue par son frère alors qu’elle refusait un mariage que ses parents voulaient l’obliger à contracter au Pakistan.

Ces pratiques ancestrales sont une dramatique réalité de par le monde, au-delà des différences culturelles, ethniques et religieuses. Chaque année, ce sont des millions de destins de femmes qui sont brisés au nom de coutumes moyenâgeuses que sont ces crimes dits « d’honneur », ces mariages forcés/précoces mais aussi des mutilations sexuelles.

Il ne s’agit pas seulement de coutumes honteuses et antérieures à l’islam, mais de pratiques qui mettent en cause l’équilibre psychologique des victimes et qui posent, par ses conséquences physiologiques, notamment pour les cas d’excision, un véritable problème de santé publique.

En tant qu’organisation pour les droits de femmes :

  • Nous ne ferons pas silence sur ces pratiques d’un autre âge et nous souhaitons que les langues se délient afin de dénoncer l’injustifiable, de briser les tabous et d’affronter le poids de ces traditions inhumaines, qui n’ont par ailleurs, aucun fondement religieux.
  • Nous dénonçons l’instrumentalisation de l’égalité entre les sexes à des fins racistes que suscitent ces atrocités perpétrées au nom de la tradition musulmane. Le débat concernant l’égalité entre les sexes est devenu une stratégie de stigmatisation des femmes « issues de l’immigration » par certains acteurs et actrices de la société civile en attribuant à l’Islam les violences que subissent les femmes.  D’aucuns légitiment leur « mission civilisatrice » à l’endroit de la femme belge de confession musulmane en surfant sur l’émotivité des consciences collectives afin de nourrir le sentiment islamophobe.
  • Nous refusons l’amalgame « voile/viol/excision » et regrettons que les luttes menées par les principales concernées au nom de leurs références religieuses lorsqu’elles délégitiment et condamnent l’excision et les violences sexistes  soient ignorées et systématiquement disqualifiées.

Les violences physiques à l’encontre des femmes ne sont pas l’apanage des populations de religion musulmane, c’est un problème de société qui touche l’ensemble des classes sociales.

Le collectif Femmes Musulmanes de Belgique condamne tous les meurtres perpétrés lors de ces prétendus « crimes d’honneur ». Ces crimes sont graves et continuent de permettre la domination des hommes sur les femmes.

Nous appelons également l’ensemble des institutions de la société civile à agir pour protéger les droits des femmes contre les violences physiques envers toutes les femmes, pour ces droits qui ne sont pas seulement basés sur le sexe, mais qui sont aussi une atteinte à la dignité humaine et aux droits humains à fortiori.

Le collectif Femmes Musulmanes de Belgique, novembre 2007.

Statement persconferentie BOEH! van 10 september

Naar aanleiding van de huidige ontwikkelingen in het hoofddoekendebat voelt BOEH! zich genoodzaakt te reageren. BOEH! is een feministisch platform dat gedragen wordt door verschillende organisaties. Wat die organisaties inzake deze kwestie verenigt, is hun gedeelde overtuiging dat vrouwen en meisjes overal en altijd zélf moeten kunnen beslissen of ze wel óf niet een hoofddoek dragen. Een hoofddoekenverbod is volgens BOEH! een beknotting van dat zelfbeschikkingsrecht en brengt in het geval van een verbod op scholen ook de gelijke onderwijskansen van kinderen in het gedrang.

We stellen vast dat de berichtgeving echter al snel escaleerde. Er kwamen nogal wat betrokkenen (of zij nu actie voerden of niet) in een slecht daglicht te staan. Wij vonden het daarom nodig om vandaag het standpunt van BOEH! en de haar ondersteunende organisaties ten aanzien van de laatste ontwikkelingen nog eens mee te geven.

Samira Azabar (Motief vzw): Media in het maatschappelijk debat

Na het hoofddoekenverbod in de twee athenea (KA Antwerpen en Hoboken) riep BOEH! op om op de eerste schooldag een absurd hoofddeksel te dragen, als symbool van de onzinnigheid van het hoofddoekenverbod. Een ludieke actie met een uiterst ernstige boodschap: ALLE jongeren moeten gelijke kansen op onderwijs krijgen.

De  protestacties van de laatste week vertoonden een  ander – meer gespannen – karakter. In de media werden alle actievoerders over dezelfde kam geschoren, vaak werd naar BOEH! verwezen als zijnde de initiatiefnemer van alle protestacties. Een zekere nuancering vanwege de betrokken journalisten zou op zijn plaats geweest zijn: BOEH! is namelijk enkel de initiatiefnemer van de ludieke hoofddekselactie op 1 september. Onze solidariteit gaat wel uit naar verenigingen en individuen die op vreedzame wijze blijven actie voeren voor gelijke kansen in het onderwijs.

BOEH! betreurt het wangedrag van enkele individuen dat onze vreedzame missie in het gedrang brengt. We nemen dan ook uitdrukkelijk afstand van agressieve praktijken zoals intimidatie en vandalisme die het maatschappelijk debat overschaduwen.

Intussen willen we de media en andere betrokkenen waarschuwen voor de sfeer van criminalisering die de berichtgeving de laatste dagen steeds meer bepaalt. Zowel vreedzame actievoerders, ongeruste ouders en leerlingen, als andere betrokkenen (zoals BOEH!) die deze kwestie ter harte nemen en hard werken aan constructieve oplossingen, worden op die manier in een slecht daglicht gesteld. We roepen de media en commentatoren dan ook op om accuraat en genuanceerd te berichten over dit verhaal.

We roepen verder jonge meisjes dringend op om plaats te nemen op de schoolbanken. BOEH! Is ervan overtuigd dat degelijk onderwijs stimulerend en emanciperend werkt. BOEH! gelooft in een actief pluralistisch onderwijsproject. Dergelijk onderwijs helpt jonge moslims een plaats te veroveren als competente actoren in onze Vlaamse samenleving en het stimuleert jongeren tout court om intelligent en constructief met verschil om te gaan.

Nadia Fadil (SAMV): De kwestie van de sociale druk en het dragen van de hoofddoek

Ik kies er bewust voor geen hoofddoek te dragen. En ik heb die vrijheid. Niemand belet mij om te gaan werken of om te gaan studeren. En ik word niet aangekeken op straat omwille van de keuze die ik heb gemaakt.

Maar ik voel dat die vrijheid steeds meer wordt ingeperkt. Dit omdat sinds een jaren een lelijk offensief wordt gevoerd. Een racistisch offensief. En dit in mijn naam en van anderen die, zoals ik, geen hoofddoek wensen te dragen.

Hierdoor word ik buiten mijn wil om in een ogenschijnlijk ‘kamp’ geplaatst – alsof het loutere feit dat ik geen hoofddoek draag zou betekenen dat ik onder druk sta, bevrijd moet worden, en racistische maatregelen die mijn gesluierde zusters moeten ondergaan zou steunen.

1) In het debat rond de hoofddoek, en in de argumenten die worden aangebracht om een verbodsbepaling te legitimeren, werd in de laatste episode die van de ‘sociale druk’ aangehaald.

Steeds meer jonge moslima’s kiezen ervoor vanuit hun religieuze overtuiging een hoofddoek te dragen. Bovendien wordt deze religieuze praktijk des te zichtbaarder door het maatschappelijk debat hierrond. Hierdoor wordt het door vele moslims en niet-moslims als één van de meest essentiele onderdelen van de Islamitische identiteit en praktijk gezien. Deze jongeren zijn kinderen van hun tijd, en reageren op de context die zich aandient. En dat laatste laat een sterke indruk na op vele jongeren en jonge meisjes, of ze nu een hoofddoek wensen te dragen of niet. Jongeren spreken elkaar hierop aan, en stellen elkaar vragen hiernaar.

Dat er sociale druk zou bestaan om de hoofddoek te dragen willen we niet ontkennen. Maar waarover hebben we het dan juist? Is het louter een kwestie van subculturen die bij alle jongeren bestaat, waarbij jongeren elkaar aanspreken en aanporren om zich op een bepaalde wijze te gedragen of kleden, of gaat het om meer? In de media krijgen we individuele verhalen te horen, maar eigenlijk weten we hier niet veel over. Over hoeveel gevallen gaat het? Hoe uit die druk zich? Waarover hebben we het juist?

Bovendien is het niet door de hoofddoek te verbieden dat die sociale druk als bij wonder zal verdwijnen.

Maar door naar sanctionerende maatregelen te grijpen sturen de scholen, en andere maatschappelijke instellingen, een verkeerd signaal.

Deze scholen geven immers één van de meest centrale onderdelen van hun pedagogisch project op: nl. jongeren leren omgaan met de waaier aan levensstijlen, en met de diversiteit rondom hen. Ze falen falikant in wat één van hun belangrijkste opdracht zou moeten zijn: jongeren tot mondige, geëmancipeerde en weerbare burgers vormen in de geglobaliseerde steden, waarin mensen worden geconfronteerd met verschillende talen, culturen en godsdiensten.

Door de hoofddoek te verbieden, en door het debat hierrond, worden jongeren beperkt in hun identitaire en religieuze zoektocht. Hun keuzemogelijkheden wordt op voorhand ingeperkt. Ze krijgen de boodschap mee dat ze niet langer welkom zijn van zodra ze bepaalde levenskeuzes maken.

Dit leidt tot een bijzonder ongezond en gepolariseerd maatschappelijk klimaat, waarbij jongeren langs alle kanten ‘onder druk’ worden gezet om een bepaalde keuze te maken. Ze mogen en kunnen niet langer zoals niet-moslimjongeren, op een vrijblijvende wijze experimenteren, of op autonome wijze hun identiteit vorm geven. Dat laatste zou nét het voorrecht moeten zijn van jong zijn, maar daar kunnen ze niet langer van genieten. Want elke keuze die ze maken wordt ineens zwaar geladen: een keuze voor een hoofddoek betekent uitsluiting, en de keuze om geen hoofddoek te dragen wordt steeds minder bespreekbaar. Dat laatste wordt ineens synoniem voor abdicatie.

2) Wanneer we het tenslotte over sociale druk hebben, vergeten we maar al te vaak die sociale druk die gesluierde vrouwen dagdagelijks ervaren. In dit geval gaat het om een maatschappelijk gestuurde en gesteunde sociale druk, om hun hoofddoek af te zetten. En deze wordt bovendien door allerhande juridische en administratieve maatregelen versterkt.

Vele gesluierde vrouwen geven hieraan toe en zetten hun hoofddoek af – omdat ze geen keuze hebben. En ze moeten leren omgaan met de pijn en vernedering die hiermee gepaard gaat indien ze willen verder studeren, en hun toekomstkansen niet willen vergooien.

Want vergis u niet: er staan nu misschien een aantal meisjes – terecht – te demonstreren voor de schoolpoorten, omdat ze weigeren zonder hun hoofddoek naar school te gaan. Maar voor elk gesluierd meisje dat de camera’s haalt omdat ze haar hoofddoek niet wil afzetten, zijn er tientallen – honderden – meisjes die dit wél doen, die hun hoofddoek wél afzetten. En die keer op keer deze vernedering ondergaan, en zich slepen naar een school waarin ze zich niet erkend noch gewenst voelen.

Deze maatschappelijke en institutionele druk om de hoofddoek af te zetten, en de gevolgen hiervan op de vrouwen die dit doen, haalt echter zelden de pers. Het blijft een onzichtbare pijn.  Een dagelijkse vernedering, die velen in stilte ondergaan.

Dit is de maatschappij die we in naam van onze ‘gekoesterde vrijheden’ aan het vormen zijn. En dit is de boodschap die we telkens opnieuw aan gesluierde vrouwen, maar ook aan jongeren en de rest van onze maatschappij, meegeven: dat er voor vrouwen die de hoofddoek dragen geen plaats is in onze samenleving.

Kitty Roggeman (VOK): Raad van state en het gevolg van beslissingen die genomen worden boven de hoofden van de  betrokkenen

BOEH! steunt de scholiere die een kortgeding heeft aangespannen bij de Raad van State. We wachten nu de beslissing van de Raad van State af en de mogelijke reactie van de Raad van het gemeenschapsonderwijs.

Ondertussen beraden wij ons over verdere acties, afhangend van de aard van de beslissingen door de Raad van State en de raad van het Gemeenschapsonderwijs.

In afwachting willen wij opnieuw onderstrepen hoe belangrijk onderwijs en vrije onderwijskeuze voor ons zijn voor de ontwikkelingskansen en de tewerkstellingskans en van alle jongeren, ook moslimmeisjes met een hoofddoek. Wij willen hier het signaal geven dat het gemeenschapsonderwijs een zware verantwoordelijkheid heeft. Als men zou overgaan tot een veralgemeend verbod in alle scholen van het gemeenschapsonderwijs is dit een kaakslag in het gezicht van al diegenen die het ideaal van de voor iedereen gelijk toegankelijke officiële school altijd verdedigd heeft. Het officieel onderwijs heeft een lange traditie – waar ze hard voor gevochten heeft – van verdraagzaamheid, godsdienstvrijheid en open geest en poneert het pincipe van het actief pluralisme in zijn pedagogisch project. Wij zouden graag zien dat deze principes ook nu daadwerkelijk in de praktijk worden gebracht en wij niet in een situatie terecht komen waarin de openbare school zich minder tolerant opstelt dan het vrije net. Daar is de maatschappij niet mee gediend, daar is de democratie niet mee gediend, en daar is de moslimgemeenschap niet mee gediend. Mocht het zover komen zullen wij ons daar niet zomaar bij neerleggen en gepast reageren.

De BOEH!-lidorganisaties en hun vertegenwoordigers die vandaag het voortouw namen in deze persconferentie:

  • Nadia Fadil spreekt als voorzitster van het Steunpunt Allochtone Meisjes en Vrouwen (SAMV)
  • Kitty Roggeman als lid van het Vrouwen Overleg Komitee (VOK)
  • Samira Azabar als medewerkster van Motief vzw
  • Saida El Fekri vanuit de Federatie Marokkaanse Verenigingen (FMV)
  • Sara S’Jegers namens FC Poppesnor

BOEH! eist intrekking vrouwonvriendelijke dresscode Antwerps stadspersoneel

Het platform BOEH! (Baas over eigen hoofd!) hield op maandag 2 april om 19u00 een persconferentie naar aanleiding van de vrouwonvriendelijke dresscode voor het Antwerps stadspersoneel en de nefaste gevolgen ervan.

Het bestuursakkoord 2007 van de stad Antwerpen verbiedt stadspersoneel, dat rechtstreeks met klanten in contact komt om ‘uiterlijke’ symbolen van levensbeschouwelijke, religieuze, politieke of andere overtuigingen te dragen.In zijn boek, Het beste moet nog komen, dat verscheen voor de gemeenteraadsverkiezingen, laat Patrick Janssens er geen twijfel over dat het verbod ingegeven is door de hoofddoek, al vermeldt hij tussen haakjes dat het ook over andere symbolen gaat: “ (…) ook hier lijkt het me, ondanks mijn begrip, niet gepast om hoofddoeken (of andere religieuze of politieke symbolen) te laten dragen bij de uitoefening van publieke functies, die de neutraliteit van de overheid moeten uitstralen (politie, loketbedienden).

Het platform BOEH! heeft via anonieme getuigenissen kennis genomen van discriminerende en vernederende wanpraktijken bij de stad Antwerpen. Op de persconferentie werden enkele van deze getuigenissen uit de doeken gedaan.

Een van de geviseerde personeelsleden werkt al twintig jaar, met hoofddoek, in een publieksdienst. In 1999 liet het stadsbestuur zelfs expliciet het dragen van een hoofddoek in een publieksfunctie toe. Personeel werd onder die voorwaarden aangeworven, tot heel recent. Waarom betekent de hoofddoek in 2007 plots een inbreuk op de neutraliteit van de overheid? Was de Antwerpse overheid voordien dan niet neutraal, of de Gentse overheidsdiensten? Het antwoord geeft Patrick Janssens in zijn boek. Het heeft veel meer met politiek dan met principes te maken: “()het is zeker waar dat de discussie over de toelaatbaarheid van hoofddoeken voor sommige jonge vrouwen de aantrekkelijkheid van dat hoofddoek heeft verhoogd. Zo zijn de heftigste tegenstanders van de hoofddoek mee verantwoordelijk voor het oprukken ervan in de publieke ruimte. Laat ons ook dit debat dus met een beetje minder fanatisme van beide kanten kruiden.

Die “oprukkende hoofddoeken” zijn momenteel op één hand te tellen. Waarom die onheilspellende superlatief? Sinds 1999, toen de hoofddoek nog onschuldig was, is het post “11 september” tijdperk ingeluid met de criminalisering van de islam, de ‘mislukte integratie’ van de moslims, de ‘botsing der beschavingen’, de groeiende ‘islamofobie’ met als symbolische bekroning van dit alles het ‘hoofddoekendebat’, dat als geen ander thema de gemoederen tilt doen slaan. Dat is de werkelijke achtergrond van het hoofddoekenverbod. Het plotse enthousiasme voor de neutraliteit van de overheid is ‘selectief en exclusief’. Het betreft (islamitische) hoofddoeken, geen (christelijke) kruisbeelden, die nog altijd her en der in publieke gebouwen hangen, laatst nog in de rechtzaal, waar prins Laurent getuigde. Toch is de afwezigheid van levensbeschouwelijke symbolen de vanzelfsprekende maatstaf, terwijl het in feite een ingebeelde maatstaf is, die concreet meet met twee maten en gewichten. Dat de hoofddoek bovendien voor de moslimvrouwen die het dragen geen religieus symbool maar een religieus voorschrift is en dusdanig deel uitmaakt van hun persoonlijke beleving van de islam, blijkt van weinig belang. Dat het hoofddoekenverbod specifiek vrouwen treft, is ook voor velen geen punt, wel het tegendeel, vermits ze in de hoofddoek een instrument van onderdrukking zien. Zo worden vrouwen met een hoofddoek onder het mom van emancipatie in feite gediscrimineerd. Wij vinden dit verwerpelijk en eisen dan ook dat de stad Antwerpen deze vrouwonvriendelijke en discriminerende dresscode intrekt.

Getuigenissen van stadspersoneel

Dat tot slot de stad Antwerpen deze maatregel op een vernederende manier invoerde merken we aan volgende anonieme getuigenissen:

…In november kregen we te horen dat er misschien een nieuwe dienstnota zou doorgestuurd worden die betrekking heeft tot de nieuwe dresscode. In deze dresscode zou een hoofddoekenverbod gelden voor vrouwen die werken aan het loket. We sloegen in paniek en hebben vervolgens een rondvraag gedaan in onze diensten, maar iedereen suste ons met de boodschap dat het er waarschijnlijk niet zou doorkomen. De maanden verstreken en nog steeds kregen we geen duidend antwoord over wat er nu juist gaat gebeuren.

Op 7 maart kregen we de dienstnota in onze mailbox. Iedereen was met verstomming geslagen en we wisten niet hoe we moesten reageren en wat er ons te wachten stond. Niemand heeft ons op voorhand gewaarschuwd of ons er op voorbereid. Het was een schok. We hebben op eigen initiatief een gesprek gevraagd met onze directeur. Wat hij ons vertelde was schokkererend: Ik heb geen plaats om 6 andere mensen een backoffice-functie te geven. We werden met andere woorden voor de keuze geplaatst om ofwel de hoofddoek af te zetten ofwel ontslagen te worden. Dit terwijl men goed genoeg weet dat er alleenstaande moeders bij zijn en vrouwen die net een huis hebben gekocht, en dus erg afhankelijk zijn van hun inkomsten! Dat het Antwerps stadsbestuur ons expliciet beloofd had dat we andere plaatsten zouden krijgen, daar werd geen gehoor aan gegeven. Het was hoofddoek af of ontslag! Na het gesprek met onze directeur hadden we nog een gesprek met onze rechtstreekse hoofd en deze zei hetzelfde. Ze moesten simpelweg doen wat er hen opgedragen werd. En dat gebeurde ook. We moesten vertrekken één voor één. Er werd geen overgangsperiode ingesteld. Van de ene dag op de andere moesten wij vertrekken. Voor ons was het schrijnend, alsook voor onze niet-hoofddoek dragende collega’s. Iedereen was verbaasd en we konden niet goed overweg met onze emoties. Maar ja, wie dacht dat ook wij gevoelens hadden? We werden overgeplaatst naar verschillende locaties. Diegene die in regio A woont, moest in regio B gaan werken, en diegene die in regio B woont, moest in regio A gaan werken. Wat ons deed vermoeden dat ze verwachtten dat we dan zelf zouden opstappen. Onderhandelen om tot een weloverwogen compromis te komen, waar iedereen baat bij heeft was geen optie. We moesten het gewoon aannemen. Wat konden wij op dat moment doen? Het werk weigeren konden we niet want thuis zitten onze kinderen die verwachten dat er brood op tafel komt, en die we het recht op een behoorlijke opvoeding en jeugd niet willen ontnemen. Het was emotioneel een zware klap voor iedereen. Op onze nieuwe werkplaatsen zijn er ook collega’s die het gewoonweg absurd vinden. We krijgen vragen van waarom zit jij hier? En dan moet je vertellen dat je hier zit omdat je een hoofddoek draagt. Iedereen kijkt je op dat moment aan alsof je een ernstige ziekte hebt. Vernederend gewoon. Wij zijn nu uit het zicht verdwenen, maar de kruisjesdragende collega’s, de collega’s met piercings, … die zitten er nog en daar wordt niets aan gedaan. Hoe moeten wij ons dan voelen? Nog meer vernederd! We weten zeker dat dit niet het einde is maar het begin van iets ernstigs, als er nu niets wordt gedaan aan deze discriminatie. Nu is het de hoofddoek maar wat wordt het morgen?? Naam? Huidskleur? Gewicht?

Wat moeten we als moeders aan onze kinderen gaan vertellen, dat als je later groot bent je jezelf niet meer mag zijn? Dat onze maatschappij bepaalt wie je mag zijn, en hoe dat je eruit mag zien. Is dat nu hetgeen dat we willen bereiken in onze maatschappij? Hebben we dan niets geleerd uit onze geschiedenislessen?…

… Op 15 maart kreeg ik een mailtje waar duidelijk in stond dat ik niet meer welkom ben bij de stedelijke jeugddienst als vrijwilliger MET mijn hoofddoek. Dit terwijl de nieuwe dresscode zogezegd enkel van toepassing is op werknemers met een loketfunctie. De praktijk bewijst echter dat het toepassen van deze regel zich niet beperkt tot het loket. De regel wordt ondertussen doorgetrokken naar alle functies, zelfs naar vrijwilligers! Niet alleen is de toepassing discriminerend maar ook de mededeling. Enkel de allochtone, vrouwelijke monitoren hebben een mailtje ontvangen waarin stond dat er vanaf maart een hoofddoekenverbod zou gelden. Aangezien de jeugddienst de ‘autochtone monitoren’ niet op de hoogte brengt, maken zij hier duidelijk een onderscheid en laat men blijken dat het hier enkel en alleen om de hoofddoek te doen is. Nog niet zo lang geleden liep Patrick Janssens vooraan in een betoging met slogans als, “Diversiteit is realiteit”. Ook in de het bestuursakkoord staat dat men streeft naar meer diversiteit op de werkvloer. Iets zegt me dat dit pure propaganda is en dat Patrick Janssens en zijn team helemaal niet voor diversiteit zijn! Ik hoop dat er snel verandering komt, want zo kan het echt niet meer verder. …

…In het begin waren het enkel geruchten en misschien een illusie voor velen, nu zijn het feiten en is dit de harde realiteit.Mijn leven werd even helemaal overhoop gegooid door het zware onrecht dat mezelf en mijn collega’s werd aangedaan. Dit onrecht werd ons aangedaan door een organisatie die dagelijks preekt dat diversiteit en gelijkheid samen moeten gaan. Bij deze vind ik dat de slogans die dagelijks naar ons en ieders hoofd worden geslingerd grondig herbekeken worden. Misschien nu eens door specialisten? Aangezien de uniforme sfeer waar de Stad Antwerpen voor staat nu volledig vertroebeld is en voor mij nu zelfs volledig verdwenen… Want wij werden behandeld alsof we een besmettelijke ziekte hadden. Deze ziekte is “de hoofddoek”,…

In november werd er inderdaad gesproken over het invoeren van een dresscode bij de stad Antwerpen. Iedere normale persoon zou toch eerst alles afwachten, en denken dat er een zekere overgangsperiode zou ingevoerd worden en dat er dan minstens een gesprek zou volgen met de betrokkenen. Maar wij bleven maar wachten, wachten, wachten en wachten…….. en niemand die zich bekommerde om ons. Zo snel mogelijk uit het zicht en het liefst met zo weinig mogelijk lawaai, dat was het vertrek- en uitgangspunt van de politici die hier verantwoordelijk voor zijn. Toen het bestuursakkoord in januari getekend werd, wisten we zeker dat het er ging doorkomen, dus op dat vlak stonden we niet meer voor een verassing. Maar wat ons wel verraste was de manier waarop we werden behandeld. Er zou zeker voor een alternatief gezocht worden voor elk van ons én er werd duidelijk via de media overgemaakt door o.a. de schepenen De Koninck en Van Peel dat er geen ontslagen zouden vallen en dat men zeker rekening ging houden met onze minieme wensen. Maar, toen dit alles begon, stond ieder van ons perplex! Velen van ons durfden niet écht praten of zich te uiten. Maar het gaat hier wel om onze job!!!! Zeker de helft van de vrouwen in kwestie zijn alleenstaande moeders. Men had ons gewoon eens kunnen aanhoren, misschien eens vragen wat het voor elk van ons betekent dat stuk stof op ons hoofd. Maar neen, we werden totaal emotieloos behandeld. Het was te nemen of te laten, of afzetten van de ene op de andere dag of aftrappen, iedereen is toch vervangbaar! OK, zo nuchter en intelligent zijn we ook, maar wat met het menselijke aspect, wat met de zovele jaren dienst en loyaliteit. Ik werk bijna 12 jaar voor de Stad. Maar wat ons nog meer stoorde en wat bij ons allen zoveel vragen deed rijzen, was de sprakeloze Marc Van Peel tijdens het programma “Wakker op zondag” op ATV een aantal weken geleden. Als hij denkt dat de hoofddoek de manier van denken, redeneren of eender wat blokkeert moet hij er zelf eens eentje opzetten, hij zal merken dat hij nog steeds zal kunnen nadenken en nog veel meer! Gerolf Annemans van het Vlaams Belang scandeerde simpelweg op de regionale tv dat hun doel bereikt was nu de hoofddoek weg is. Op dat moment zou je denken dat een professionele man als Marc Van Peel, die altijd zeer spraakzaam is, daar toch op zou reageren en de visie van de stad zou verdedigen. Hij had daar op zijn minst kunnen zeggen dat het niet enkel om de hoofddoek gaat en dat er ook andere zaken zijn die nageleefd moeten worden volgens de nieuwe dresscode. Maar neen, Marc Van Peel lachte er eens om. Hij, DE personeelstopman van de stad Antwerpen, die door de federale overheid een bepaald aantal percentage allochtone potentiële werknemers zou moeten binnenhalen, zegt daar gewoonweg niets op… Hij antwoordde wel op een vraag gesteld door de presentator Karl Apers, namelijk wat met de tongpiercings? “wel……….”, zei hij, “zolang de collega’s met piercings hun tong maar niet uitsteken is het goed”. Alles tezamen werden we beschouwd als een bagatelle, dankzij Marc Van Peel, en dit voor heel Antwerpen!

Ik heb uiteindelijk mijn hoofddoek afgezet maar ik zal er nu alles aan doen opdat ook al de andere regels worden nageleefd door iedereen en over het gehele personeelsbestand van de stad Antwerpen worden doorgevoerd. Als men niet achter mij staat dan is het duidelijk dat dit enkel om de hoofddoek draait! Is het dan gewoon pure discriminatie of niet? Dit kan ik niet laten gebeuren.

Ik weet al van ongeveer november dat de dienstnota er misschien wel zal doorkomen, net zoals de meeste personen bij de stad Antwerpen( werknemers, directie,…). Maar desondanks werd mij door verschillende personen aangegeven dat er toch nog hoop is. Voor dat ik mijn contract tekende heb ik expliciet kenbaar gemaakt dat ik een hoofddoek draag en dat dit een deel van mijn persoonlijkheid is en mijn hoofddoek afzetten voor mij geen enkele optie was en is. Men heeft mij toen gezegd dat dit geen enkel probleem was en dat ik gewoon aan het werk kon, want in de politiek was er nog steeds niets concreets beslist.Op dat moment heb ik een afwachtende houding aangenomen en gedacht dat als het zover zou zijn er wel een oplossing uit de bus zou komen. Begin maart werd de dienstnota doorgestuurd en her en der deden er al wat speculaties de ronde. Voor mij was de keuze al lang gemaakt. Ik zou hem niet afzetten, maar zou wel instemmen met eventueel het alternatief tot een overplaatsing.Volgend op de nota werd er een afspraak gemaakt met de bedrijfsdirecteur van de dienst.Op deze vergadering werd alle hoop dat er alternatieven waren weggenomen. We zouden met teveel zijn. De bevestiging die ik kreeg was dat als ik mijn hoofddoek nog steeds weigerde af te zetten ik geen werkzekerheid meer zou hebben. Ik ben vervolgens naar mijn vakbond gestapt. Die hebben er voor gezorgd dat ik nog steeds werk heb. Er werden ons ook bespottelijke voorstellen gedaan. Bijvoorbeeld het deeltijds afzetten van hoofddoek als je in contact kwam met klanten.Uiteindelijk zijn ze toch overgegaan tot het zoeken van oplossingen, maar we zouden niet veel keuze krijgen. Want er zijn een aantal coördinatoren binnen de stad die neutraliteit willen binnen het gehele bedrijf en dus ook geen hoofddoek in backoffice tolereren. Dit is natuurlijk tegenstrijdig met de dienstnota, maar wat kan je er aan doen. Dit gaf als resultaat dat ik van de ene dag op de andere naar een andere dienst moest vertrekken. Van het ene uiterste in Antwerpen naar het andere. Je zou toch denken dat als ze zoiets als een dienstnota voorbereiden, ze toch wel zouden zorgen voor de instelling van een overgangsperiode.

NEEN AAN EEN HOOFDDOEKVERBOD. SOLIDARITEITSKETTING ROND DE GROENPLAATS

Op 15 januari 2007 kwam het nieuwe stadsbestuur voor het eerst bij elkaar om het bestuursakkoord te bespreken. In dat akkoord stelt men “uiterlijke symbolen van levensbeschouwelijke, religieuze, politieke of andere overtuiging” te willen verbieden voor stadspersoneel dat “rechtstreeks klantencontact” heeft.