PERSBERICHT 25/07/2012

Raad van State: “hoofddoekenverbod” dan toch geen verbod

Boeh! (Baas over Eigen Hoofd) heeft kennis genomen van het (eind)arrest van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat heden werd vrijgegeven in de zaak  betreffende het algemeen verbod op levensbeschouwelijke kentekens in het GO! Gemeenschapsonderwijs. In het arrest stelt de Raad van State vast dat het GO! Gemeenschapsonderwijs de “onmiddellijke inwerkingtreding” van het hoofddoekenverbod, zoals die aanvankelijk voorzien was door het GO!, zelf uit eigen beweging impliciet heeft opgeheven.

In 2009 werd door een islamitische leerlinge van het GO! Gemeenschapsonderwijs, met steun van Boeh!, bij de Raad van State een vernietigingsberoep ingesteld tegen de beslissing van het GO! om leerlingen “met onmiddellijke ingang” te verbieden om uiterlijke levensbeschouwelijke tekenen te dragen. In het bijzonder werd met dit verbod de islamitische hoofddoek geviseerd. In eerste instantie besliste de Raad van State om het verbod te schorsen, gelet op het “onbetwist ingrijpend karakter” van een algemeen verbod. Thans – drie jaar later – heeft de Raad uitspraak gedaan over de grond van de zaak.

Inmiddels was de getroffen leerlinge echter door het trage verloop van de procedure sinds juni 2011 afgestudeerd van het dagonderwijs. Wel volgt zij nog een opleiding binnen het deeltijds kunstonderwijs, waarop het verbod eveneens van toepassing is.

De Raad van State meent heden dat de bestreden beslissing echter geen nadelig karakter (meer) heeft voor de betrokken leerlinge omdat het algemeen hoofddoekenverbod inmiddels door het GO! zelf werd teruggebracht tot een loutere “interne voorbereidende instructie” die de scholen van het Gemeenschapsonderwijs “nog te gelegener tijd”, en volgens de voorgeschreven overlegprocedures, dienen te implementeren. De Raad verwijst daarvoor naar de recente beslissing van het GO! van 3 februari 2012, waarin het GO! stelt dat de scholen die nog geen verbod hebben ingesteld deze eigen regeling verder kunnen behouden, en waarin het GO! voor het overige de uitwerking van een “implementatieplan” aankondigt. Tenslotte stelt de Raad van State dat, voor zover er in de toekomst nog implementatiemaatregelen zouden worden uitgevaardigd die het dragen van de hoofddoek onmogelijk zouden maken, het aan de getroffenen vrij zal staan om dergelijke maatregelen alsnog in rechte aan te vechten.

Aldus wordt met deze uitspraak bevestigd dat ook het komende schooljaar de huidige status quo behouden blijft. Boeh! is echter bezorgd. Nergens geeft het GO! uitsluitsel over de verdere concrete stappen die genomen zullen worden. Nog steeds bestaat er geen duidelijkheid over de kern van de zaak, namelijk in welke omstandigheden is een school bevoegd om leerlingen te verbieden uiterlijke levensbeschouwelijke tekenen te dragen en dus de godsdienstvrijheid te beperken?

Boeh! zal zich – zowel binnen als buiten de rechtbanken – blijven verzetten tegen de disproportionele inperking van het recht van meisjes en vrouwen om zelf autonoom te kunnen beslissen of ze een hoofddoek dragen.

Boeh! weet zich daarbij gesterkt door het vernietigende advies dat de Afdeling Wetgeving van de Raad van State recent heeft uitgebracht aangaande een voorstel van decreet houdende het instellen van een algemeen verbod op het dragen van een hoofddoek in de onderwijsinstellingen van de Vlaamse Gemeenschap. De Raad verwijst hierin expliciet naar de bevinding van het Duitse Grondwettelijk Hof dat “de interpretatie van de hoofddoek niet gereduceerd kan worden tot een symbool van maatschappelijke onderdrukking van de vrouw. Voor jonge moslimvrouwen kan de hoofddoek ook een vrij gekozen middel zijn om, zonder breuk met de cultuur van de eigen afkomst, een zelfbewust leven te leiden.” Uit het advies blijkt dat dermate verregaande maatregelen, zoals deze van het GO!, op gespannen voet staan met de vrijheid van godsdienst.

Meer en meer instellingen in Vlaanderen lijken het normaal te vinden om de godsdienstvrijheid van leerlingen middels blinde maatregelen te beperken. Zozeer zelfs, dat Amnesty International in haar recente Europese rapport over islamofobie haar bezorgdheid uitdrukte over de inbreuken op de Godsdienstvrijheid binnen het Vlaamse Gemeenschapsonderwijs.

Boeh! wil hierbij nogmaals minister Pascal Smet oproepen om verantwoordelijkheid te nemen in deze materie. Als minister van Onderwijs, maar ook als minister van Gelijke kansen, is hij ook verantwoordelijk voor het in stand houden van dit onrecht.

Voor Boeh! is het uitgangspunt feministisch. De samenleving dient zich zo te organiseren dat vrouwen en meisjes, in functie van hun persoonlijke godsdienstige beleving, zelf vrij kunnen beslissen over het al-dan-niet dragen van een hoofddoek. De vaak aangehaalde neutraliteit van de overheid wordt volgens Boeh! niet geschonden door het dragen van levensbeschouwelijke tekens en kan perfect worden gewaarborgd door het afspreken van gedragsregels. Volgens Boeh! zou het zinvoller zijn zich daarop toe te leggen dan op het instellen van algemene verboden.

Boeh!