Statement persconferentie BOEH! van 10 september

Naar aanleiding van de huidige ontwikkelingen in het hoofddoekendebat voelt BOEH! zich genoodzaakt te reageren. BOEH! is een feministisch platform dat gedragen wordt door verschillende organisaties. Wat die organisaties inzake deze kwestie verenigt, is hun gedeelde overtuiging dat vrouwen en meisjes overal en altijd zélf moeten kunnen beslissen of ze wel óf niet een hoofddoek dragen. Een hoofddoekenverbod is volgens BOEH! een beknotting van dat zelfbeschikkingsrecht en brengt in het geval van een verbod op scholen ook de gelijke onderwijskansen van kinderen in het gedrang.

We stellen vast dat de berichtgeving echter al snel escaleerde. Er kwamen nogal wat betrokkenen (of zij nu actie voerden of niet) in een slecht daglicht te staan. Wij vonden het daarom nodig om vandaag het standpunt van BOEH! en de haar ondersteunende organisaties ten aanzien van de laatste ontwikkelingen nog eens mee te geven.

Samira Azabar (Motief vzw): Media in het maatschappelijk debat

Na het hoofddoekenverbod in de twee athenea (KA Antwerpen en Hoboken) riep BOEH! op om op de eerste schooldag een absurd hoofddeksel te dragen, als symbool van de onzinnigheid van het hoofddoekenverbod. Een ludieke actie met een uiterst ernstige boodschap: ALLE jongeren moeten gelijke kansen op onderwijs krijgen.

De  protestacties van de laatste week vertoonden een  ander – meer gespannen – karakter. In de media werden alle actievoerders over dezelfde kam geschoren, vaak werd naar BOEH! verwezen als zijnde de initiatiefnemer van alle protestacties. Een zekere nuancering vanwege de betrokken journalisten zou op zijn plaats geweest zijn: BOEH! is namelijk enkel de initiatiefnemer van de ludieke hoofddekselactie op 1 september. Onze solidariteit gaat wel uit naar verenigingen en individuen die op vreedzame wijze blijven actie voeren voor gelijke kansen in het onderwijs.

BOEH! betreurt het wangedrag van enkele individuen dat onze vreedzame missie in het gedrang brengt. We nemen dan ook uitdrukkelijk afstand van agressieve praktijken zoals intimidatie en vandalisme die het maatschappelijk debat overschaduwen.

Intussen willen we de media en andere betrokkenen waarschuwen voor de sfeer van criminalisering die de berichtgeving de laatste dagen steeds meer bepaalt. Zowel vreedzame actievoerders, ongeruste ouders en leerlingen, als andere betrokkenen (zoals BOEH!) die deze kwestie ter harte nemen en hard werken aan constructieve oplossingen, worden op die manier in een slecht daglicht gesteld. We roepen de media en commentatoren dan ook op om accuraat en genuanceerd te berichten over dit verhaal.

We roepen verder jonge meisjes dringend op om plaats te nemen op de schoolbanken. BOEH! Is ervan overtuigd dat degelijk onderwijs stimulerend en emanciperend werkt. BOEH! gelooft in een actief pluralistisch onderwijsproject. Dergelijk onderwijs helpt jonge moslims een plaats te veroveren als competente actoren in onze Vlaamse samenleving en het stimuleert jongeren tout court om intelligent en constructief met verschil om te gaan.

Nadia Fadil (SAMV): De kwestie van de sociale druk en het dragen van de hoofddoek

Ik kies er bewust voor geen hoofddoek te dragen. En ik heb die vrijheid. Niemand belet mij om te gaan werken of om te gaan studeren. En ik word niet aangekeken op straat omwille van de keuze die ik heb gemaakt.

Maar ik voel dat die vrijheid steeds meer wordt ingeperkt. Dit omdat sinds een jaren een lelijk offensief wordt gevoerd. Een racistisch offensief. En dit in mijn naam en van anderen die, zoals ik, geen hoofddoek wensen te dragen.

Hierdoor word ik buiten mijn wil om in een ogenschijnlijk ‘kamp’ geplaatst – alsof het loutere feit dat ik geen hoofddoek draag zou betekenen dat ik onder druk sta, bevrijd moet worden, en racistische maatregelen die mijn gesluierde zusters moeten ondergaan zou steunen.

1) In het debat rond de hoofddoek, en in de argumenten die worden aangebracht om een verbodsbepaling te legitimeren, werd in de laatste episode die van de ‘sociale druk’ aangehaald.

Steeds meer jonge moslima’s kiezen ervoor vanuit hun religieuze overtuiging een hoofddoek te dragen. Bovendien wordt deze religieuze praktijk des te zichtbaarder door het maatschappelijk debat hierrond. Hierdoor wordt het door vele moslims en niet-moslims als één van de meest essentiele onderdelen van de Islamitische identiteit en praktijk gezien. Deze jongeren zijn kinderen van hun tijd, en reageren op de context die zich aandient. En dat laatste laat een sterke indruk na op vele jongeren en jonge meisjes, of ze nu een hoofddoek wensen te dragen of niet. Jongeren spreken elkaar hierop aan, en stellen elkaar vragen hiernaar.

Dat er sociale druk zou bestaan om de hoofddoek te dragen willen we niet ontkennen. Maar waarover hebben we het dan juist? Is het louter een kwestie van subculturen die bij alle jongeren bestaat, waarbij jongeren elkaar aanspreken en aanporren om zich op een bepaalde wijze te gedragen of kleden, of gaat het om meer? In de media krijgen we individuele verhalen te horen, maar eigenlijk weten we hier niet veel over. Over hoeveel gevallen gaat het? Hoe uit die druk zich? Waarover hebben we het juist?

Bovendien is het niet door de hoofddoek te verbieden dat die sociale druk als bij wonder zal verdwijnen.

Maar door naar sanctionerende maatregelen te grijpen sturen de scholen, en andere maatschappelijke instellingen, een verkeerd signaal.

Deze scholen geven immers één van de meest centrale onderdelen van hun pedagogisch project op: nl. jongeren leren omgaan met de waaier aan levensstijlen, en met de diversiteit rondom hen. Ze falen falikant in wat één van hun belangrijkste opdracht zou moeten zijn: jongeren tot mondige, geëmancipeerde en weerbare burgers vormen in de geglobaliseerde steden, waarin mensen worden geconfronteerd met verschillende talen, culturen en godsdiensten.

Door de hoofddoek te verbieden, en door het debat hierrond, worden jongeren beperkt in hun identitaire en religieuze zoektocht. Hun keuzemogelijkheden wordt op voorhand ingeperkt. Ze krijgen de boodschap mee dat ze niet langer welkom zijn van zodra ze bepaalde levenskeuzes maken.

Dit leidt tot een bijzonder ongezond en gepolariseerd maatschappelijk klimaat, waarbij jongeren langs alle kanten ‘onder druk’ worden gezet om een bepaalde keuze te maken. Ze mogen en kunnen niet langer zoals niet-moslimjongeren, op een vrijblijvende wijze experimenteren, of op autonome wijze hun identiteit vorm geven. Dat laatste zou nét het voorrecht moeten zijn van jong zijn, maar daar kunnen ze niet langer van genieten. Want elke keuze die ze maken wordt ineens zwaar geladen: een keuze voor een hoofddoek betekent uitsluiting, en de keuze om geen hoofddoek te dragen wordt steeds minder bespreekbaar. Dat laatste wordt ineens synoniem voor abdicatie.

2) Wanneer we het tenslotte over sociale druk hebben, vergeten we maar al te vaak die sociale druk die gesluierde vrouwen dagdagelijks ervaren. In dit geval gaat het om een maatschappelijk gestuurde en gesteunde sociale druk, om hun hoofddoek af te zetten. En deze wordt bovendien door allerhande juridische en administratieve maatregelen versterkt.

Vele gesluierde vrouwen geven hieraan toe en zetten hun hoofddoek af – omdat ze geen keuze hebben. En ze moeten leren omgaan met de pijn en vernedering die hiermee gepaard gaat indien ze willen verder studeren, en hun toekomstkansen niet willen vergooien.

Want vergis u niet: er staan nu misschien een aantal meisjes – terecht – te demonstreren voor de schoolpoorten, omdat ze weigeren zonder hun hoofddoek naar school te gaan. Maar voor elk gesluierd meisje dat de camera’s haalt omdat ze haar hoofddoek niet wil afzetten, zijn er tientallen – honderden – meisjes die dit wél doen, die hun hoofddoek wél afzetten. En die keer op keer deze vernedering ondergaan, en zich slepen naar een school waarin ze zich niet erkend noch gewenst voelen.

Deze maatschappelijke en institutionele druk om de hoofddoek af te zetten, en de gevolgen hiervan op de vrouwen die dit doen, haalt echter zelden de pers. Het blijft een onzichtbare pijn.  Een dagelijkse vernedering, die velen in stilte ondergaan.

Dit is de maatschappij die we in naam van onze ‘gekoesterde vrijheden’ aan het vormen zijn. En dit is de boodschap die we telkens opnieuw aan gesluierde vrouwen, maar ook aan jongeren en de rest van onze maatschappij, meegeven: dat er voor vrouwen die de hoofddoek dragen geen plaats is in onze samenleving.

Kitty Roggeman (VOK): Raad van state en het gevolg van beslissingen die genomen worden boven de hoofden van de  betrokkenen

BOEH! steunt de scholiere die een kortgeding heeft aangespannen bij de Raad van State. We wachten nu de beslissing van de Raad van State af en de mogelijke reactie van de Raad van het gemeenschapsonderwijs.

Ondertussen beraden wij ons over verdere acties, afhangend van de aard van de beslissingen door de Raad van State en de raad van het Gemeenschapsonderwijs.

In afwachting willen wij opnieuw onderstrepen hoe belangrijk onderwijs en vrije onderwijskeuze voor ons zijn voor de ontwikkelingskansen en de tewerkstellingskans en van alle jongeren, ook moslimmeisjes met een hoofddoek. Wij willen hier het signaal geven dat het gemeenschapsonderwijs een zware verantwoordelijkheid heeft. Als men zou overgaan tot een veralgemeend verbod in alle scholen van het gemeenschapsonderwijs is dit een kaakslag in het gezicht van al diegenen die het ideaal van de voor iedereen gelijk toegankelijke officiële school altijd verdedigd heeft. Het officieel onderwijs heeft een lange traditie – waar ze hard voor gevochten heeft – van verdraagzaamheid, godsdienstvrijheid en open geest en poneert het pincipe van het actief pluralisme in zijn pedagogisch project. Wij zouden graag zien dat deze principes ook nu daadwerkelijk in de praktijk worden gebracht en wij niet in een situatie terecht komen waarin de openbare school zich minder tolerant opstelt dan het vrije net. Daar is de maatschappij niet mee gediend, daar is de democratie niet mee gediend, en daar is de moslimgemeenschap niet mee gediend. Mocht het zover komen zullen wij ons daar niet zomaar bij neerleggen en gepast reageren.

De BOEH!-lidorganisaties en hun vertegenwoordigers die vandaag het voortouw namen in deze persconferentie:

  • Nadia Fadil spreekt als voorzitster van het Steunpunt Allochtone Meisjes en Vrouwen (SAMV)
  • Kitty Roggeman als lid van het Vrouwen Overleg Komitee (VOK)
  • Samira Azabar als medewerkster van Motief vzw
  • Saida El Fekri vanuit de Federatie Marokkaanse Verenigingen (FMV)
  • Sara S’Jegers namens FC Poppesnor