Boeh! is opgetogen over de beslissing van het Centrum

7 maart 2012

Boeh! is opgetogen over de beslissing van het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding om een prejudicieel advies in te winnen bij het Europees Hof van Justitie.

De huidige tendens waar niet alleen commerciële bedrijven maar ook (lokale) overheden en het onderwijsveld neutraliteit als schijnargument hanteren om vrouwen met een hoofddoek uit te sluiten is nefast voor onze samenleving. Denk maar aan Stad Antwerpen, het Gemeenschapsonderwijs, maar ook Hema en schoenengigant Torfs die omwille van de ‘neutraliteit’ een verbod invoeren op hoofddoeken en daarbij ook Vlaamse vrouwen uitsluiten van diverse belangrijke terreinen als het onderwijs en de arbeidsmarkt.

Neutraliteit : what’s in a name?

Als feministisch actieplatform merkt Boeh! daarbij op dat neutraliteit wordt gelijkgesteld met de afwezigheid van uiterlijke levenbeschouwelijke kentekenen. Volgens ons is dit een achterhaalde eng formalistische interpretatie van het begrip neutraliteit. De maatschappelijke relevante vraag die deze discussie opwerpt is  hoe we vorm kunnen geven aan neutraliteit als principe in een multiculturele en multireligieuze samenleving. In de praktijk leidt deze interpretatie van neutraliteit  (als afwezigheid van uiterlijke levensbeschouwelijke kentekenen) namelijk tot een structurele discriminatie van Vlaamse moslimvrouwen en meisjes. Het leidt tot hun uitsluiting en niet tot hun integratie en bevrijding, zoals beweerd wordt, met alle gevolgen van dien voor hun onderwijs- en tewerkstellingskansen, precies twee belangrijke hefbomen voor emancipatie. Het argument dat ze toch een keuze kunnen maken is onderdrukkend, omdat het een keuze is tussen uitsluiting en aantasting van de persoonlijke integriteit.

Inclusieve neutraliteit

Boeh! is ervan overtuigd dat de neutraliteit van de overheid, instelling of bedrijf geen doel op zich mag zijn maar een middel om de gelijkheid van burgers te waarborgen. Gelijke behandeling (bv. in de dienstverlening), gelijke rechten en vrijheden, onder meer het recht op godsdienstvrijheid en vrije meningsuiting, maar ook het recht op onderwijs en werk, het recht op zelforganisatie. Een neutrale overheid, instelling of bedrijf heeft dus de verantwoordelijkheid om te waken over de gelijkwaardige erkenning van de bestaande diversiteit in de samenleving. Die diversiteit moet evenredig weerspiegeld zijn in alle geledingen van de maatschappij.  Tolerantie (het woord is hier op zijn plaats) en respect ten aanzien van de verschillen, zichtbare uiterlijkheden mbt religie incluis, moeten effectief bevorderd worden, gecombineerd met waarborgen voor de vrije keuze van eenieder, bv. om al dan niet een hoofddoek te dragen. De overheid en het onderwijsveld zouden hierin het goede voorbeeld moeten geven. Dat werkgevers de vrije keuze hebben om aan te nemen wie ze willen, willen we niet bediscussiëren. Maar wel willen we benadrukken dat ze de plicht hebben om NIET te discrimineren.

Boeh! pleit ervoor om een neutrale dienstverlening te garanderen via bindende ethische professionele gedragscodes voor werknemers, en de uiterlijke kentekens te beschouwen als een eerlijke uiting van iemands persoonlijke overtuiging, zonder dat deze op zich een gevaar betekent voor de kwaliteit en neutraliteit van de dienstverlening of het onderwijs. Een interpretatie van neutraliteit die uitsluit is een contradictie, neutraliteit moet inclusief zijn, want alleen zo is voor iedereen, ondanks de levensbeschouwelijke en andere verschillen, de basis gelegd voor een gelijke behandeling.

 

Samira Azabar

Namens Boeh!

BOEH! kondigt juridische actie tegen hoofddoekverbod aan

Op 11 september besliste de Raad van het Gemeenschapsonderwijs om in alle scholen het dragen van de hoofddoek te verbieden. Verschillende meisjes, die getroffen werden door het verbod, trokken naar de Raad van State om de vernietiging van de maatregel te vorderen. BOEH! juicht dit toe. Hoe meer meisjes een juridische procedure starten tegen de beslissing van het GO om leerlingen en personeel te verbieden levensbeschouwelijke kentekenen te dragen, hoe beter. Ook BOEH start een juridische actie. Ons uitgangspunt is emancipatorisch en feministisch: het recht om als vrouw zelf te beslissen over het al dan niet dragen van een hoofddoek. BOEH doet hiervoor een beroep op het Brusselse advocatenkantoor Stibbe. De zaak wordt behartigd door meester Stefan Sottiaux, professor grondwettelijk recht aan de K.U.Leuven en specialist discriminatierecht.

Deze juridische actie ligt in het verlengde van een hele reeks sensibiliserende acties, ludieke en andere (bv. debatten), die BOEH! in het verleden ondernam en nog zal ondernemen. Parallel zal BOEH! ook de dialoog aangaan met politici en middenveldorganisaties. BOEH! is er van overtuigd dat een duurzame oplossing niet kan worden bereikt door eenzijdige, radicale beslissingen maar in onderling overleg en op basis van wederzijds respect voor de belangen van al de partijen.

BOEH! verwerpt het idee dat het recht op onderwijs en de godsdienstvrijheid opgeofferd moet worden voor één bepaalde, enge visie op neutraliteit. Volgens BOEH! moet een neutrale school de filosofische, ideologische en levensbeschouwelijke opvattingen van de leerlingen eerbiedigen. BOEH! stelt dat het mogelijk is het begrip neutraliteit een concrete invulling te geven, die recht doet aan de multiculturele en multireligieuze samenleving van vandaag en die dus inclusief is. Niet de focus leggen op uiterlijke kentekenen, maar op het gedrag en de houding van mensen (ambtenaren en leerlingen) met de nodige ethische codes en regels.

BOEH! laakt het feit dat de politieke verantwoordelijken van dit land zwijgend toekijken hoe via een welbepaalde strategie sinds jaren de éne school na de andere, in naam van haar pedagogisch project, leerlingen verbiedt een hoofddoek te dragen, met als resultaat dat vandaag de studiemogelijkheden voor meisjes die een hoofddoek willen dragen zo ingekrompen zijn dat hun recht op onderwijs fundamenteel aangetast is.

BOEH! stelt ook vast dat in de eerste plaats vrouwen en meisjes, die een hoofddoek wensen te dragen, getroffen worden en dat een hele reeks argumenten in het debat geworpen worden, die pretenderen de emancipatie en bevrijding van moslimvrouwen en meisjes ter harte te nemen, zonder dat men ook maar in het minste bereid is naar de stem van die vrouwen en meisjes zelf te luisteren.

BOEH! laakt verder de overhaaste manier waarop de raad van het GO een absoluut en algemeen verbod op het dragen van een hoofddoek heeft ingesteld, zogezegd in naam van het pedagogisch project maar in werkelijkheid uit angst voor het oordeel van de Raad van State. BOEH! hoopt dat de Raad van State nu wel de mogelijkheid krijgt om zich over de grond van de zaak uit te spreken.

Meester Stefan Sottiaux en meester Joos Roets hebben het verzoekschrift opgesteld. Volgens beide juristen stuit de beslissing van de raad van GO! op heel wat juridische bezwaren.

Om te beginnen gaat zij in tegen de letter en de geest van onze Grondwet. Artikel 24 bepaalt dat enkel het democratisch verkozen parlement de essentiële aspecten van het onderwijs kan regelen. Een principieel hoofddoekenverbod, dat de rechten raakt van een grote groep leerlingen, en aan het begrip neutraliteit een controversiële invulling geeft, is een fundamentele optie die enkel het Vlaams Parlement kan nemen. Grote maatschappelijk keuzes kunnen niet aan de regering, en al zeker niet aan de bestuursraad van het GO! worden overgelaten.

Ook inhoudelijk kan de beslissing van het GO! niet door de beugel. Een absoluut en algemeen verbod is strijdig met een aantal internationaal beschermde mensenrechten, waaronder de godsdienstvrijheid en de vrijheid van onderwijs. Een beperking van deze rechten is enkel toegestaan indien dat absoluut noodzakelijk is en er geen alternatieve maatregelen mogelijk zijn. Een ongenuanceerd verbod op het dragen van de hoofddoek, dat bijvoorbeeld ook geldt in scholen waar zich tot nog toe geen enkel probleem stelde, voldoet duidelijk niet aan dit vereiste.

Tot slot schendt de beslissing van het GO! het Vlaamse Gelijkekansendecreet, dat er tijdens de vorige legislatuur is gekomen onder impuls van minister Kathleen Van Brempt. Het decreet verbiedt discriminatie in onderwijs op grond van godsdienst. In nagenoeg alle landen met een gelijkaardig wetgeving heeft de rechter beslist dat een absoluut hoofddoekenverbod een discriminatie is.

BOEH! pleit voor een actief pluralistische samenleving waar ruimte en respect is voor alle levensbeschouwingen op voet van gelijkheid. Een samenleving waar diverse partijen in dialoog treden met elkaar en gezamenlijk tot een compromis komen dat bevredigend is voor iedereen. Een samenleving waar respect heerst voor andermans opvattingen – hoe divers deze opvattingen ook moge zijn.

Voor meer informatie over het bovenstaande kan u terecht bij:

Stefan Sottiaux (Stibbe) 0496 10 28 44
stefan.sottiaux@stibbe.com

en bij
baasovereigenhoofd@hotmail.com

BOEH! verontwaardigd na beslissing GO! en Onderwijsraad

BOEH!, een feministisch platform dat ijvert voor het recht op het dragen en het niet-dragen van de hoofddoek in alle maatschappelijke velden, is verbolgen door de recente beslissing die genomen werd door de Raad van het Gemeenschapsonderwijs om een verbod van religieuze tekens in haar huishoudelijk reglement te laten opnemen.

We achten deze beslissing niet opportuun omdat hiermee de aangegeven problemen niet worden opgelost en een verkeerd maatschappelijk signaal wordt gestuurd. De vrouwonvriendelijke en discriminerende regel is contradictorisch met het diversiteit- en emancipatiebeleid dat men nastreeft. Enerzijds bevordert men de uitsluiting van een specifieke groep jongeren die experimenteren met hun identiteit en al in een zwakke sociaal-economische positie vertoeven. Anderzijds dwingt men de moslimgemeenschap om een eigen onderwijsnetwerk in te richten, en dus te segregeren.

De genomen beslissing zal verder de aangehaalde problematiek van ‘sociale druk’ niet verhelpen. Waar vele scholen vandaag mee te kampen hebben, vooral in een grootstedelijke context, is vooral onderfinanciering en een concentratie aan sociale zwakkere jongeren in bepaalde scholen. Het feit dat vele van deze jongeren uiteenlopende culturele en religieuze origines hebben, zorgt er bovendien voor dat maatschappelijke problemen vandaag zich op een zeer complexe wijze vertalen. De neiging om deze complexe problemen af te doen als ‘culturele problemen’ is dan ook groot. Maar waar het eigenlijk om draait is het gebrek aan know-how, training en middelen om de complexe problemen waarmee hun leerlingen worden geconfronteerd op te vangen.

Religieuze tekens, zoals de hoofddoek, verbieden zal hier geen enkele oplossing op bieden. Integendeel. Hiermee wordt een nieuw probleem gecreëerd. Jongeren worden niet langer voorbereid op de multiculturele samenleving waarmee ze sowieso te maken zullen hebben. Ze worden bovendien niet gewapend om hun eigen keuzes te maken – hetzij religieus, hetzij niet-religieus, dit op een zelfbewuste en assertieve wijze. Het onderwijs faalt in wat één van haar meest essentiële pedagogische projecten zou moeten zijn: jongeren tot mondige en geëmancipeerde burgers maken.

Ten slotte wordt hiermee een verkeerd maatschappelijk signaal gestuurd naar een Vlaanderen dat vandaag steeds moeilijker met de complexe en uiteenlopende samenstelling van haar bevolking blijkt te kunnen omgaan. Er wordt de boodschap meegegeven dat gesluierde vrouwen uitsluiten kan en mag. We hopen dan ook dat de Raad van het GO beseft dat ze met deze beslissing een mede-verantwoordelijkheid draagt in het versterken van de maatschappelijke intolerantie jegens de hoofddoek en de Islam. Boeh streeft een actief pluralistisch onderwijsproject na waar ruimte en respect is voor alle religies op voet van gelijkheid.

BOEH! zal zich – de komende week – beraden over de volgende te ondernemen stappen.

Voorstelling platform BOEH!

Op 8 maart 2007, de Internationale Vrouwendag, stelt het platform BOEH! (Baas over eigen hoofd) zich officieel voor aan het publiek via onderstaande tekst.

Wie zijn we?

BOEH! is een actieplatform van diverse allochtone en autochtone vrouwenorganisaties, ontstaan in januari 2007 naar aanleiding van de intentie van het nieuwe stadsbestuur in Antwerpen om een hoofddoekverbod in te voeren voor stadspersoneel met publieke functies.

BOEH! wil dat vrouwen zelf beslissen wat ze op hun hoofd dragen zonder bemoeienis van de overheid of wie dan ook en komt op voor gelijke rechten voor vrouwen en mannen. De keuze om een hoofddoek te dragen is een mensenrecht, een volwaardige job uitoefenen en een diploma behalen evenzeer.

BOEH! kant zich daarom tegen de vrouwonvriendelijke beslissing – opgenomen in het Antwerps bestuursakkoord 2007-2012 – die vrouwen dwingt hun eigenheid te ontkennen in functie van een job bij de stad. Dergelijke uitsluitingsmaatregelen druisen in tegen het voorgehouden diversiteits- en emancipatiebeleid van de stad Antwerpen.

Waarover gaat het?

De gemeenteraadsverkiezingen van 8 oktober 2006 gaven het stedelijk en gemeentelijk beleid een nieuwe impuls om in Antwerpen te werken aan gelijkwaardig lokaal burgerschap en een gelijke kansenbeleid. Op het gebied van racisme en discriminatiebestrijding en inzake een lokaal integratie- en emancipatiebeleid is er echter meer dan ooit werk aan de winkel. De werkloosheidscijfers en onderwijsachterstelling van de allochtone gemeenschappen in onze Vlaamse steden en gemeenten liegen er niet om. De voorbije jaren stelden we meermaals vast dat moslimvrouwen en meisjes worden uitgesloten van werk en onderwijs vanwege het dragen van de hoofddoek.

Wij vrouwen, moslim, andersgelovig of niet gelovig, allochtoon en autochtoon, zijn de hoofddoekendiscussie meer dan beu en vinden dat het tijd is dat er werk wordt gemaakt van de aanpak van de werkelijke problemen in onze steden en gemeenten. Met die gedachte trokken we allen naar de stembus. We hadden dan ook verwacht dat het nieuw verkozen bestuur – dat er mede is gekomen dankzij de stemmen van de allochtone gemeenschappen – een beleid zou voeren dat àlle burgers van de stad Antwerpen ten goede komt. Een bestuur dat zijn verantwoordelijkheden in onze multiculturele maatschappij durft op te nemen, zonder burgers uit te sluiten.

In het kader van het nieuwe bestuursakkoord van de stad Antwerpen wordt thans overwogen “uiterlijke symbolen van levensbeschouwelijke, religieuze, politieke of andere overtuiging” te verbieden voor stadspersoneel dat “rechtstreeks klantencontact” heeft. In de praktijk heeft dit kwalijke gevolgen voor moslimvrouwen die voor de stad werken en een hoofddoek dragen. We zijn teleurgesteld, maar vooral diep verontwaardigd over deze nieuwe politiek van onze stad. Met deze beslissing doet de stad haar slogan ’t Stad is van iedereen geweld aan. Wij roepen het stadsbestuur op deze plannen op te bergen en conform het non-discriminatiebeginsel iedere burger, ongeacht haar of zijn afkomst, geloof of overtuiging als gelijke te behandelen.

Waarvoor staan we?

We komen op voor een actief pluralisme en inclusieve neutraliteit waarin er ruimte is voor mensen van alle religies en levensbeschouwingen op voet van gelijkheid. Neutraliteit moet gewaarborgd zijn op het niveau van de functie-uitvoering, niet op het niveau van uiterlijke kenmerken. De kern van emancipatie is immers het recht op vrije keuze. Wij willen dat dit ook geldt voor de keuze van vrouwen om een hoofddoek te dragen. Wij zijn van mening dat een verbod op het dragen van een hoofddoek in een openbare functie het recht op arbeid van moslimvrouwen ernstig beknot. Dit is niet emancipatiebevorderend en is in strijd met de rechten van de mens.